Hoe worden aandelenopties fiscaal behandeld?

Een werknemer of bedrijfsleider die als deel van zijn loonpakket aandelenopties krijgt, krijgt daarmee een belastbaar voordeel van alle aard. Maar hoe moet dit voordeel precies berekend worden? En wanneer? Bij de toekenning of bij de lichting van de optie? We geven wat meer uitleg.

Aandelenopties?

Een aandelenoptie geeft het recht om tijdens een welbepaalde uitoefenperiode aandelen te kopen tegen een al dan niet op voorhand vastgestelde prijs (de uitoefenprijs). Werknemers en bedrijfsleiders kunnen op die manier aandelen verwerven. Meestal zijn dit aandelen van het bedrijf waarvoor de werknemer zelf werkt, maar het kunnen ook aandelen zijn van een andere vennootschap.

Het systeem heeft verschillende voordelen:

voordeel voor de werkgever: de werknemers worden extra gemotiveerd want de uiteindelijke opbrengst van de optie is  afhankelijk van de groei van de onderneming

voordeel voor de werknemer: de werknemer kan een financieel voordeel doen als  de waarde van de onderliggende aandelen stijgt. De werknemer kan dan de optie lichten tegen de eerder vastgestelde lage prijs, en daarna verkopen aan de hogere marktprijs. Als de prijs van de aandelen laag blijft, kan de werknemer de optie beter niet lichten.

Wanneer belastbaar?

Aandelenopties zijn een deel van het loon en dus belastbaar. Er rijzen twee vragen. Hoe moet de waarde van het voordeel berekend worden? En nog belangrijker: wanneer moet de waarde berekend worden. Welk moment is doorslaggevend: het moment waarop de werknemer de optie krijgt of het moment waarop hij de optie gebruikt ('de optie lichten').

De wetgever heeft ervoor gekozen aandelenopties te belasten op het moment van de toekenning. Wanneer is er dan een toekenning? Eerst is er het aanbod door de onderneming. Dit aanbod moet schriftelijk aan de werknemer worden meegedeeld. Daarna heeft de werknemer zestig dagen om het aanbod schriftelijk te aanvaarden. Als de werknemer aanvaardt, vindt de toekenning plaats op de zestigste dag die volgt op de datum van het aanbod. Als de werknemer niet binnen de zestig aanvaardt, wordt dat beschouwt als een weigering. Dan is er uiteraard ook geen toekenning.

Wat is er precies belastbaar?

Voor niet-beursgenoteerde ondernemingen wordt het voordeel gewaardeerd op 18% van de waarde van de onderliggende aandelen op het ogenblik van het aanbod. In principe geldt de optie voor een periode van vijf jaar. Als deze periode wordt verlengd, wordt de waarde van het voordeel verhoogd met 1%  per jaar of gedeelte van een jaar dat deze periode jaar overschrijdt.

Als er aan de volgende voorwaarden is voldaan, wordt het percentage gehalveerd tot 9%, en de eventuele verhoging als de uitoefenperiode langer is dan vijf jaar tot 0,50% per jaar:

de uitoefenprijs staat definitief vast op het moment van het aanbod

in het aanbod wordt bepaald dat de optie niet mag worden uitgeoefend (i) voor het einde van het derde kalenderjaar na dat waarin het aanbod heeft plaatsgevonden of (ii) na het einde van het tiende jaar na dat waarin het aanbod heeft plaatsgevonden

de optie mag niet onder levenden worden overgedragen

het risico van vermindering van de waarde van de onderliggende aandelen mag   niet (on)rechtstreeks gedekt worden door de persoon die de optie toekent of door een persoon met wie er een band van wederzijdse afhankelijkheid bestaat

de optie heeft betrekking op aandelen van de onderneming waarvoor de werknemer zelf werkt (of een hiermee verbonden vennootschap)

Als de werknemer of bedrijfsleider een eigen bijdrage doet voor het verkrijgen van de optie, wordt die uiteraard in mindering gebracht bij de berekening van het voordeel.

Indien de uitoefenprijs van de optie lager is dan de waarde van de onderliggende aandelen op het ogenblik van het aanbod (in the money), dan wordt de forfaitaire basis vermeerderd met het verschil tussen beide. 

Formaliteiten

De werkgever moet de waarde van de optie vermelden op de individuele fiche en samenvattende opgave van de werknemer. Daarnaast moet hij bedrijfsvoorheffing inhouden.

De werknemer moet het voordeel vermelden in zijn aangifte in de personenbelasting.

Voordelen van alle aard zijn in principe onderworpen aan bedrijfsvoorheffing. Er zijn geen bijzondere bepalingen voorzien in de aandelenoptiewet, zodat de gewone regeling voor inhouding van bedrijfsvoorheffing van toepassing is op aandelenopties.

Nieuws

Op 1 juli 2021 verandert de BTW-regeling voor internationale e-commerce grondig. Vanaf die datum moet de verkoper vrijwel altijd de BTW-regeling toepassen van het land van de particuliere afnemer. Om te vermijden dat u daarom in alle EU-lidstaten aangifte moet doen, kan u zich sinds 1 april registreren voor de zogenaamde OSS-regeling of éénloketsysteem.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het “verhoogde tarief”. Welk tarief is dan toepasselijk?

Op 31 maart jl. verschenen er in het Belgisch Staatsblad drie belangrijke BTW-maatregelen die ondernemers enige financiële ademruimte kunnen geven. De wijzigingen hebben betrekking op het decembervoorschot, de teruggavedrempel en de proportionele geldboete bij niet-tijdige betaling.