Wanneer treedt het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen in werking?

Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is op 4 april verschenen in het Belgisch Staatsblad. Voor nieuwe vennootschappen en verenigingen geldt 1 mei 2019 als inwerkingtreding. Voor de bestaande vennootschappen en verenigingen wordt het WVV voor het eerst van toepassing op 1 januari 2020 of vroeger bij de eerstvolgende statutenwijziging.

Terwijl het Wetboek van Vennootschappen maar liefst 15 verschillende vennootschapsvormen (zonder de Europese vennootschappen) regelde, telt het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen slechts 4 vennootschapsvormen. Voor de personenvennootschappen wordt de maatschap de basisvorm; voor eerder gemengde of kapitaalvennootschappen blijven 3 vormen gehandhaafd: de besloten vennootschap (BV), de naamloze vennootschap (NV) en de coöperatieve vennootschap (CV).

Welke vennootschapsvormen kunnen vanaf 1 mei 2019 niet meer worden opgericht?

Vanaf 1 mei 2019 kunnen geen vennootschappen meer worden opgericht onder een rechtsvorm die verdwijnt:

de stille handelsvennootschap (wordt een variant op de maatschap)

de tijdelijke handelsvennootschap (wordt een variant op de maatschap)

het economisch samenwerkingsverband (ESV) (alternatief: maatschap, V.O.F. of CV)

de landbouwvennootschap (alternatief: als dusdanig erkende V.O.F., CommV., BV of CV)

de vennootschap met sociaal oogmerk (alternatief: CV erkend als SO of vzw)

de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA) (alternatief: V.O.F. of CV)

de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA) (alternatief: CV)

de commanditaire vennootschap op aandelen (Comm. VA) (alternatief: NV)

de eenpersoons-BVBA

de starters-BVBA of S-BVBA

Welke data moeten bestaande vennootschappen in het achterhoofd houden?

Aan de hand van het onderstaande overzicht kan u de impact of liever de timing nagaan van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen voor de NV, Comm. VA, BVBA en CVBA die opgericht zijn vóór 1 mei 2019. Andere belangrijke data voor bestaande vennootschappen zijn 1 januari 2020 (inwerkingtreding WVV) en 1 januari 2024 (uiterlijke datum voor aanpassing van de statuten aan het WVV).

NV blijft NV en Comm.VA wordt NV met enige bestuurder

Bij een vrijwillige statutenwijziging tussen 1 mei 2019 en 1 januari 2020: WVV van toepassing vanaf statutenwijziging.
Indien geen statutenwijziging tussen 1 mei 2019 en 1 januari 2020: dwingende bepalingen WVV van toepassing vanaf 1 januari 2020.

=> indien genoteerd: tot 30 juni 2020 mogelijkheid tot invoering van dubbel stemrecht (via een statutenwijziging met gewone meerderheid)

BVBA wordt BV en CVBA die niet aan de definitie van CV beantwoordt, wordt BV

Bij een vrijwillige statutenwijziging tussen 1 mei 2019 en 1 januari 2020: WVV van toepassing vanaf statutenwijziging.
Indien geen statutenwijziging tussen 1 mei 2019 en 1 januari 2020: dwingende bepalingen WVV van toepassing vanaf 1 januari 2020.

EN vanaf 1 januari 2020: kapitaal, wettelijke reserve en niet-volstort deel van het kapitaal worden omgevormd in "statutair onbeschikbaar eigen vermogen" en "niet-opgevraagde inbrengen"

=> indien geen statutenwijziging op 1 januari 2024 wordt de CVBA van rechtswege omgezet. Het bestuur roept de algemene vergadering bijeen ten laatste op 30 juni 2024.

Nieuws

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Zoals inkomsten na de stopzetting van uw activiteit nog belastbaar kunnen zijn tot lang nadat u gestopt bent, zo kunnen ook kosten na de stopzetting nog aftrekbaar zijn. Het Hof van Beroep van Gent mocht zich in een bepaalde casus uitspreken over tal van kosten en uitgaven die nog na de stopzetting werden gedragen. Een bijzonder interessante casus!

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?