Stand van zaken inzake economisch recht

De minister van Justitie, Koen Geens, heeft op 24 oktober 2018 zijn beleidsnota Justitie voor 2018-2019 ingediend in de Kamer. Minister Geens overloopt in zijn nieuwe beleidsnota een hele reeks al dan niet nieuwe initiatieven. Hoever staan we en waar gaan we naartoe op het vlak van het economisch recht?

Vennootschapsrecht

De hardste noot om te kraken is de hervorming van het vennootschapsrecht. De Commissie handels- en economisch recht startte in juli 2018 met de parlementaire werkzaamheden voor het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (afgekort WVV). De tekst werd op verzoek van de leden van de Commissie voor een tweede advies aan de Raad van State overgezonden. De Kamercommissie Handelsrecht heeft de ontwerpteksten in een eerste lezing (23 oktober 2018) goedgekeurd.
Na de tweede lezing (27 november 2018) volgt de bespreking en de stemming in plenaire zitting. Hopelijk kunnen we nu snel met zekerheid een definitieve datum van inwerkingtreding aankondigen. Momenteel is nog steeds sprake van een inwerkingtreding op 1 mei 2019 voor nieuwe vennootschappen. De bestaande vennootschappen zouden vanaf 1 januari 2020 aan de nieuwe regelgeving onderworpen worden...

Insolventierecht

De modernisering en harmonisering van het Belgische insolventierecht is verwezenlijkt bij de wet van 11 augustus 2017, die daartoe een nieuw boek XX heeft ingevoegd in het Wetboek van economisch recht (WER). Die wet biedt ondernemingen in moeilijkheden zo veel mogelijk instrumenten om een nieuwe start te kunnen maken.

Door het invoeren van een nieuw ondernemingsbegrip kunnen voortaan ook landbouwers, vzw's en vrije beroepers een beroep doen op het insolventierecht.

Verder werden er drie koninklijk besluiten op datum van 26 april 2018 genomen:

het eerste begeleidt de implementatie van het nieuwe stelsel voor de erelonen van de curator en andere insolventiefunctionarissen;

het tweede regelt de werking van het Centraal Register Solvabiliteit;

een derde voorziet in de uitvoering van de nieuwe wet inzake de vrije beroepen.

Op die manier wordt er bij de toepassing van het insolventierecht bv. rekening gehouden met het beroepsgeheim en andere sectorspecifieke kenmerken.

Ondernemingsrecht

De wetgever bracht vier uitvoeringsbesluiten samen in één enkel uitvoeringsbesluit, met een aantal moderniseringen. In het KB van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 uit van het Wetboek van economisch recht (WER) zijn opgenomen:

het KB van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen;

het KB van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel (MAR);

het KB van 26 juni 2003 betreffende de vereenvoudigde boekhouding van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen; en

het KB van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen.

Daarbij zijn de boekhoudverplichtingen voor de ondernemingen en verenigingen zo goed mogelijk afgestemd op de recente hervorming van het ondernemingsrecht, die onder meer een nieuw ondernemingsbegrip invoerde (wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht). Dit begrip is van toepassing op een groot deel van de economische wetgeving en vormt de hoeksteen voor de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank, het ondernemingsbewijs, de boekhoudkundige verplichtingen voor ondernemingen en verenigingen, en de verplichtingen inzake de Kruispuntbank van ondernemingen (KBO). Het nieuwe ondernemingsbegrip vervangt ook de begrippen handelaar, koopman en daden van koophandel.

De regels uit deze vier besluiten over de opstelling en de neerlegging van de jaarrekening worden later ondergebracht in een uitvoeringsbesluit bij het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen dat er in de loop van 2019 aankomt.

Nieuwe rechtbank BIBC

De nieuwe rechtbank BIBC, Brussels International Business Court, krijgt stilaan vorm (wetsontwerp DOC 54K3072008).

Het BIBC is een in het Engels functionerende rechtbank van koophandel (ondernemingsrechtsbank) met zetel te Brussel. Ze is bevoegd voor gans België. Het BIBC neemt kennis van internationale geschillen tussen ondernemingen. Het beslist in eerste en laatste aanleg. Het geschil kan enkel voor het BIBC komen al alle partijen daarmee instemmen.

Belangrijk is ook dat het BIBC “zelf bedruipend” moet zijn en daarvoor teert op inschrijvingsgelden. Dit wordt onder meer verantwoord door de bijzondere kosten voor de inzet van internationaal erkende, en dus niet alleen Belgische topexperten. De partijen zullen dus een substantieel inschrijvingsgeld betalen, d.i. een retributie ter compensatie van die kosten, inzonderheid de bijzondere presentiegelden van de lekenrechters, alsook van de magistraten die door de gewone rechtsmachten ter beschikking van het BIBC zullen worden gesteld.

De wetgeving met betrekking tot het BIBC zou ten laatste op 1 januari 2020 in werking treden.

Nieuws

Als btw-plichtige mag u de btw op goederen die u kocht om ze weer te verkopen, aftrekken. Als u dan later besluit om die goederen niet te verkopen, hetzij om ze zelf te houden dan wel om ze weg te schenken, dan moet u de afgetrokken btw, terugstorten. Er zijn echter uitzonderingen en één daarvan gaat over kleine handelsgeschenken.

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) trad in werking op 1 mei 2019. Sindsdien kan u geen BVBA meer oprichten maar wel een BV. Sindsdien heeft u geen maatschappelijk kapitaal meer … maar wat dan wel?

Wie btw moet terugkrijgen van de fiscus moet wat geduld oefenen. Een btw-krediet wordt in principe slechts terugbetaald na 3 maanden. Om starters niet in financiële problemen te brengen, krijgen zij vanaf 1 januari 2020, de eerste 2 jaar van hun bestaan, hun krediet al na 1 maand uitbetaald.