Nieuwe landenlijst voor buitenlandse verblijfsvergoedingen

Ambtenaren van Buitenlandse Zaken die op dienstreis naar het buitenland worden gestuurd, ontvangen een verblijfsvergoeding. De privésector mag die forfaits gebruiken om vergoedingen voor buitenlandse dienstreizen belastingvrij toe te kennen als kosten eigen aan de werkgever. Sinds 6 juli 2018 is er een nieuwe landenlijst.

Fiscus aanvaardt forfaits

Voor een dienstreis naar het buitenland kan een werknemer of bedrijfsleider van zijn werkgever een forfaitaire vergoeding krijgen voor de bijkomende kosten die hij tijdens die reis maakt. Die vergoeding is een 'kost eigen aan de werkgever': fiscaal aftrekbaar in hoofde van de werkgever, niet belastbaar in hoofde van de werknemer of bedrijfsleider.
Er zijn geen verantwoordingsstukken nodig voor de gemaakte kosten, als u niet meer terugbetaalt dan de bedragen opgenomen in de landenlijst die is opgesteld voor de ambtenaren van de FOD Buitenlandse Zaken.

De landenlijst van 22 november 2017 is intussen vervangen door die van 6 juli 2018. De verblijfsvergoedingen bestaan uit 1. een dagelijkse verblijfsvergoeding en 2. een aanvullende vergoeding voor huisvestingskosten (maximale logementsvergoeding). De forfaits zijn vastgesteld per land en gelden in principe voor alle bestemmingen. De forfaits gelden niet voor werknemers en bedrijfsleiders voor wie verplaatsingen van en naar het buitenland deel uitmaken van hun normale dagelijkse beroepsactiviteit.

Dagelijkse verblijfsvergoeding

Het bedrag van de dagelijkse forfaitaire vergoeding varieert naargelang de ambtenaar behoort tot categorie 1 (hoofdbestuur) of categorie 2 (personeel dat in het buitenland gestationeerd is). In de privé wordt categorie 2 gebruikt voor personeel dat 'lange' buitenlandse dienstreizen maakt (reizen van meer dan 30 dagen maar minder dan 24 maanden). De bedragen van categorie 1 zijn voor 'korte' buitenlandse dienstreizen (maximaal 30 kalenderdagen). De fiscus maakt sinds 10 oktober 2013 dit onderscheid tussen dienstreizen langer of korter dan 30 kalenderdagen.

Dagvergoedingen dekken de kosten voor maaltijden, drank, plaatselijk vervoer en andere kleine uitgaven. Maar niet huisvesting en verplaatsing naar de plaats van bestemming. Daarvoor worden de werkelijke kosten apart vergoed op basis van facturen, bonnetjes, e.d.

Aanvullende vergoeding voor huisvestingskosten

De aanvullende vergoeding voor huisvestingskosten wordt uitbetaald op basis van de reële kosten per nacht en volgens per land vastgestelde maximumrichtprijzen.

Verblijf toegestaan maar nog niet plaatsgevonden?

Dan gelden de bedragen van de dagelijkse forfaitaire vergoeding en de aanvullende vergoeding voor huisvestingskosten van de nieuwe landenlijst, als deze voordeliger zijn.

Buurlanden en belangrijkste handelspartners

Hieronder vindt u een beknopt overzicht van de dagforfaits in euro (niet in de lokale munt) voor onze buurlanden en onze belangrijkste handelspartners. Eerst het bedrag voor gewone dienstreizen, daarnaast het lager bedrag voor de lange dienstreizen.

• Australië: 95/57
• China: 83/50
• Duitsland: 93/56
• Frankrijk: 95/57
• Groot-Brittannië: 101/61
• India: 85/51
• Italië: 90/54
• Japan: 105/63
• Luxemburg: 92/55
• Nederland: 93/56
• Rusland: 95/57
• Spanje: 87/52
• Verenigde Staten: 105/63
• Zwitserland: 105/63

Nieuws

Op 1 juli 2021 verandert de BTW-regeling voor internationale e-commerce grondig. Vanaf die datum moet de verkoper vrijwel altijd de BTW-regeling toepassen van het land van de particuliere afnemer. Om te vermijden dat u daarom in alle EU-lidstaten aangifte moet doen, kan u zich sinds 1 april registreren voor de zogenaamde OSS-regeling of éénloketsysteem.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het “verhoogde tarief”. Welk tarief is dan toepasselijk?

Op 31 maart jl. verschenen er in het Belgisch Staatsblad drie belangrijke BTW-maatregelen die ondernemers enige financiële ademruimte kunnen geven. De wijzigingen hebben betrekking op het decembervoorschot, de teruggavedrempel en de proportionele geldboete bij niet-tijdige betaling.