Ongrondwettelijke waardering voordeel woning: wetswijziging op komst

Wie een gratis woning ter beschikking krijgt van zijn werkgever, krijgt een belastbaar voordeel. De ‘waarde’ van dat voordeel wordt anders berekend als de werkgever een rechtspersoon (bv. vennootschap) is. Dat is discriminerend.

Een forfaitair voordeel

Het voordeel van alle aard voor de gratis terbeschikkingstelling van een woning wordt forfaitair bepaald:

Als de woning ter beschikking wordt gesteld door een natuurlijk persoon: 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen van de woning.

Als er een bescheiden woning (met een KI lager dan 745 euro) ter beschikking wordt gesteld door een rechtspersoon: 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen van de woning × 1,25.

Als er een woning ter beschikking wordt gesteld door een rechtspersoon: 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen van de woning × 3,8.

Krijgt u de woning van een vennootschap, dan betaalt u dus bijna vier keer zoveel belasting voor dezelfde woning.

Rechtspraak noemt dit discriminatie

De hoven van beroep van Gent en Antwerpen hebben allebei in het verleden al meermaals gezegd dat dit discriminerend is. De hoedanigheid van de persoon die de woning ter beschikking stelt, is geen relevant criterium voor de waarde van het voordeel.
De fiscus probeerde het onderscheid te rechtvaardigen door te beweren dat bedrijfsleiders luxueuzere woningen ter beschikking krijgen en daarom op een hoger voordeel mogen belast worden. En omdat alleen vennootschappen bedrijfsleiders hebben, wordt het voordeel toegekend door vennootschappen zwaarder belast. Hiertegen kan je makkelijk inbrengen dat bedrijfsleiders op een luxueuzere woning al meer belast worden door de gewone formule: een luxewoning heeft meestal immers een hoger KI.

Wetswijziging op komst

De minister van Financiën heeft ondertussen laten verstaan dat hij het onderscheid ongedaan wil maken. Ook de fiscus heeft zich er bij neergelegd.
Het nieuwe standpunt zal geformaliseerd worden in een nieuwe regel. Het staat nog wel niet vast voor welke aanpak de regering zal kiezen. Wordt elk voordeel voortaan gewaardeerd volgens de algemene formule of wordt elk voordeel berekend volgens de formule voor bedrijfsleiders (dan is ook de discriminatie weggewerkt). Of misschien kiezen  ze wel voor een tussenoplossing. De regering onderzoekt de zaak nu. Wij houden u zeker op de hoogte.

Nieuws

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Zoals inkomsten na de stopzetting van uw activiteit nog belastbaar kunnen zijn tot lang nadat u gestopt bent, zo kunnen ook kosten na de stopzetting nog aftrekbaar zijn. Het Hof van Beroep van Gent mocht zich in een bepaalde casus uitspreken over tal van kosten en uitgaven die nog na de stopzetting werden gedragen. Een bijzonder interessante casus!

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?