Geïndexeerde bedragen personenbelasting aanslagjaar 2018 en 2019

Een overzicht van de belangrijkste geïndexeerde bedragen in de personenbelasting. In dit overzicht staan enkel de federale bedragen. Belastingverminderingen en dergelijke waarvan het bedrag door de gewesten wordt bepaald werden niet opgenomen.

Hieronder de bedragen voor aanslagjaar 2019, dat zijn uw inkomsten van dit jaar (2018). Achter ieder bedrag vindt u tussen haakjes het geïndexeerde bedrag voor aanslagjaar 2018 (dat zijn de bedragen die u in juni nodig heeft voor uw aangifte met uw inkomsten uit 2017).

Belastingvrije som en gezinssituatie

Belastingvrije som en verhoogde belastingvrije som

Belastingvrije som:  7.430 euro (7.270 euro) 

Verhoogde belasting vrije som voor personen met beperkt inkomen: 7.730 euro (7.570 euro)

Verhoging belasting vrije som voor gehandicapte belastingplichtige: 1.580 euro (1.550 euro)

Personen ten laste

Verhoging belastingvrije som voor personen ten laste 
- één kind: 1.580 euro  (1.550 euro) 
- twee kinderen: 4.060 euro (3.980 euro) 
- drie kinderen: 9.110 euro (8.920 euro)
- vier kinderen: 14.730 euro (14.420 euro)
- meer dan vier kinderen (supplement per kind): 5.620 euro (5.510 euro)

Bijkomende toeslag voor kinderen onder de drie jaar (waarvoor geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken): 590 euro (580 euro)

Voor iedere andere persoon ten laste: 1.580 euro  (1.550 euro)

Verhoging belastingvrije som alleenstaande met kinderen ten laste: 1.580 euro  (1.550 euro)

Maximumbedrag eigen nettobestaansmiddelen (kind ten laste): 3.270 euro (3.200 euro)

Verhoogd bedrag voor kind van alleenstaande: 4.720 euro (4.620 euro)

Verhoogd bedrag voor gehandicapt kind van alleenstaande: 5.990 euro (5.860 euro)

Onderhoudsgeld dat niet meetelt als bestaansmiddel: 3.270 euro (3.200 euro)

Bezoldiging studentenjob die niet meetelt als bestaansmiddel: 2.720 euro (2.660 euro)

Huwelijksquotiënt en meewerkende echtgenoot

Huwelijksquotiënt: 10.720 euro (10.490 euro)

Maximaal inkomen meewerkende echtgenoot uit eigen beroepsactiviteit: 13.910 euro (13.620 euro)

Maximumbedrag forfaitaire beroepskosten

- Werknemers en zelfstandigen met winsten: 4.720 euro (4.320 euro)
- Zelfstandigen met baten en meewerkende echtgenote: 4.150 euro (4.060 euro)
- Bedrijfsleiders: 2.490 euro (2.440 euro)

Belastingschijven aanslagjaar 2019

- 25 % op de schijf tot 12.990 euro
- (de schijf van 30 % verdwijnt)
- 40 % op de schijf tot 22.290 euro
- 45 % op de schijf tot 39.660 euro
- 50 % op de schijf boven 39.660 euro

Nieuws

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Zoals inkomsten na de stopzetting van uw activiteit nog belastbaar kunnen zijn tot lang nadat u gestopt bent, zo kunnen ook kosten na de stopzetting nog aftrekbaar zijn. Het Hof van Beroep van Gent mocht zich in een bepaalde casus uitspreken over tal van kosten en uitgaven die nog na de stopzetting werden gedragen. Een bijzonder interessante casus!

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?