Deeleconomie: het nieuwe belastingstelsel

Nadat het Grondwettelijk Hof de regeling voor 'het belastingvrij bijklussen' eind 2020 vernietigde, werd een nieuw en specifieke belastingregeling ingevoerd voor de diensten (en dus niet voor de verkoop van goederen) die een particulier aan een andere particulier levert door tussenkomst van een erkend elektronisch platform. De administratie heeft in de loop van mei daar in circulaire 2021/C/44 wat toelichting bij gegeven.

De nieuwigheden

Het model van deeleconomieën is gericht op het ruilen en delen van diensten, ruimtes, goederen, ... Dankzij internet is dat ruilen eenvoudiger geworden. Het kan gaan van het verhuren, lenen en ruilen van goederen (onroerende en roerende goederen), het verstrekken van maaltijden, diensten, ...
En hier is meteen al een belangrijke opmerking te plaatsen: het nieuwe bijzondere belastingstelsel voor deeleconomieën geldt enkel voor diensten, en dus niet voor de verkoop van goederen. Ook de pure verhuur van goederen is uitgesloten omdat dit geen dienst is.

De bijzondere belastingregeling geldt bovendien enkel voor transacties tussen particulieren. De deelnemers mogen dus niet handelen in het kader van de beroepswerkzaamheid.

De derde nieuwigheid ten aanzien van de vroegere wet inzake bijklussen: de wet voorzag een vrijstelling in de personenbelasting. De nieuwe wet voorziet daarentegen een afzonderlijke belastingheffing als diverse inkomsten, tenminste als aan alle wettelijke voorwaarden zijn voldaan.

Uitsluitend via een platform

De diensten moeten aangeboden en betaald worden via een erkend elektronisch platform. De administratie waarschuwt ervoor dat diensten die worden verleend via een niet-erkend elektronisch platform niet in aanmerking komen voor het belastingstelsel van de deeleconomie. Dat klopt uiteraard wel maar dat betekent niet dat de diensten dan per definitie belastbaar worden. Veel hangt af van de frequentie van die verrichtingen, de investeringen en de winsten die worden gerealiseerd.

Bovendien mag de dienstverlener zijn of haar diensten uitsluitend verlenen in het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een erkend elektronisch platform. Bijvoorbeeld een babysitter die eerst 3 maanden inkomsten heeft van babysitting en vervolgens diensten aanbiedt via een erkend platform kan het bijzonder belastingstelsel niet meer genieten in de loop van dat jaar.

Belastbaar als divers inkomen

Het platform zorgt voor de uitbetaling van de 'vergoeding'. Het bruto belastbaar bedrag is gelijk aan de som uitgekeerd door het platform of door tussenkomst ervan, verhoogd met alle sommen die zijn ingehouden door het platform of door tussenkomst ervan, zoals bijvoorbeeld de bedrijfsvoorheffing.
Het netto belastbaar bedrag is het brutobedrag verminderd met 50% forfaitaire kosten. Het is niet mogelijk de werkelijke kosten in aftrek te brengen.

Het belastingtarief bedraagt 20% (tenzij de belastingplichtige bij toepassing van het normaal tarief minder belastingen zou betalen).
Net zoals bij lonen worden die vergoedingen onderworpen aan de bedrijfsvoorheffing. Die bedraagt 10,70% van het brutobedrag van de inkomsten, dit wil zeggen het bedrag dat door het platform of door tussenkomst ervan daadwerkelijk is betaald of toegekend, verhoogd met alle sommen die door het platform of door tussenkomst van het platform zijn ingehouden.

Belastbaar als beroepsinkomen

Als de genoemde inkomsten onder de beschreven voorwaarden een bepaalde grens overschrijden, worden het beroepsinkomsten. Die grens ligt niet erg hoog.
Zodra de bruto-inkomsten van het lopende jaar of van het vorige jaar meer bedragen dan 3.830 euro maken de inkomsten uit de deeleconomie, behoudens tegenbewijs, beroepsinkomsten uit. Dat bedrag van 3.830 euro moet geïndexeerd worden:

voor inkomstenjaar 2020 (aanslagjaar 2021) 6.340 euro

voor inkomstenjaar 2021 (aanslagjaar 2022) 6.390 euro

Het maakt daarbij niet uit of de belastingplichtige die inkomsten verwerft via één platform dan wel via meerdere platformen: er is maar 1 keer een grens voor alle inkomsten samen.
Om het wat complexer te maken: als de belastingplichtige naast deze inkomsten uit de deeleconomie ook vergoedingen voor verenigingswerk verwerft, dan geldt de grens voor beide inkomsten samen.

De belastingplichtige heeft wel de mogelijkheid om aan te tonen dat zijn activiteit geen echte werkzaamheid met beroepskarakter vormt. Bijvoorbeeld omdat de activiteit slechts occasioneel werd uitgeoefend.
Een werknemer die via de deeleconomie een dienst aanbiedt die sterk aanleunt bij de activiteit als werknemer, kan ook genieten van het bijzondere belastingstelsel. Dat geldt niet voor de zelfstandige ondernemer die via het platform diensten aanbiedt die hij of zij ook als zelfstandige ondernemer aanbiedt: in dat geval is het inkomen steeds als beroepsinkomen belastbaar.

Sinds 1 januari 2021...

Het nieuwe stelsel is van toepassing op inkomsten die worden betaald of toegekend sinds 1 januari 2021 ook als de diensten vóór die datum werden geleverd. De inhouding van de bedrijfsvoorheffing geldt nog maar sinds 1 februari 2021.

Nieuws

De ‘milde toepassing’ van de 80%-grens, zoals de belastingadministratie die toepaste voor de premies van 2020, wordt verlengd voor de premies van 2021. De administratie kondigde dit aan in een circulaire van 10 juni 2021. Wat houdt die versoepeling precies in?

Midden 2020 pakte de regering uit met de consumptiecheque. De werkgever mocht zijn personeel een bonus geven, vrij van belastingen en sociale zekerheid, tot maximum 300 euro. Een jaar later komt er een heruitgave van deze bonus (nu heet die ‘coronapremie’), maar ook aan de consumptiecheque wordt noodgedwongen nog wat gesleuteld.

Voor een ondernemer is de revalorisatiecoëfficiënt van het kadastraal inkomen (kortweg KI) relevant in twee specifieke situaties: als hij als particulier een woning verhuurt aan een onderneming en als hij als bedrijfsleider een woning verhuurt aan zijn eigen onderneming.