Interim- en tussentijdse dividenden met 15% roerende voorheffing?

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

VVPR-bis

VVPR staat voor 'verlaagd tarief - précompte reduit'. De 'bis' werd er aan toegevoegd omdat in de jaren 90 er al een gelijkaardig stelsel bestond. Op dit soort aandelen krijgt u dus een lager tarief RV. Dat kan 15% of 20% bedragen.

Wat moet u er voor doen:

De vennootschap die de dividenden uitkeert moet een kmo zijn.

De dividenden komen voort uit nieuwe aandelen op naam.

De aandelen zijn verworven met nieuwe inbrengen in geld.

De inbreng is gedaan sinds 1 juli 2013.

De aandelen stonden ononderbroken in volle eigendom op naam van de belastingplichtige vanaf de kapitaalinbreng.

Het tarief bedraagt 20% als de dividenden verleend of toegekend worden naar aanleiding van de winstverdeling in het tweede boekjaar na dat van de inbreng. Het daalt nog verder naar 15% als de dividenden daarna (dus vanaf het derde boekjaar na dat van de inbreng) worden uitgekeerd.

Bijvoorbeeld: een vennootschap doet een kapitaalverhoging in 2018 (we veronderstellen dat het boekjaar samenvalt met kalenderjaar). Dividenden uitgekeerd in 2019 en in 2020 ondergaan een tarief van 30%. In 2021 kan dat aan 20% en in 2022 zelfs aan 15% (uiteraard telkens voor het gedeelte van de aandelen die aan de voorwaarden voldoen).

Wanneer werd de winst gemaakt?

Als de wet voorschrijft dat het dividend pas het tweede of derde boekjaar na dat van de inbreng mag uitgekeerd worden, dan zou dat de indruk kunnen wekken dat u dus ook enkel winst mag uitkeren die in dat inbrengjaar of erna werd gemaakt.
Dat zou betekenen dat reserves die al bestonden voor de inbreng niet van het verlaagd tarief kunnen genieten.

Dat is niet het geval. De minister heeft al laten verstaan dat de wet enkel voorschrijft vanaf welk ogenblik de dividenden een lager tarief kunnen genieten, niet dat het van deze of gene winst moet komen. Winst die dus in het verleden in een reserve werd geplaatst en nu pas wordt uitgekeerd (aan de VVPR-bis aandelen), kan dus even goed van de verlaagde tarieven genieten.

Maar die regel geldt niet alleen voor het verleden. Een omzendbrief van de fiscus bevestigt dat ook winst die recent werd gemaakt op die manier snel én aan het voordelige tarief kan uitgekeerd worden. We hebben het dan over interimdividenden en tussentijdse dividenden.

Wat zijn interimdividenden en tussentijdse dividenden?

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) schrijft over interimdividenden dat ze bedoeld zijn om de winst van het lopende boekjaar uit te keren. Hoe dit precies moet gebeuren, wordt in het WVV omschreven. Om de winst van het lopende boekjaar te bepalen moet het overgedragen verlies afgetrokken worden en mag de overgedragen winst toegevoegd worden. Maar het is niet toegelaten sommen te onttrekken aan de bestaande reserves.

Tussentijdse dividenden worden uitbetaald op basis van de uitkeerbare winst zoals die blijkt uit de jaarrekening op datum van het laatst afgesloten boekjaar. Die dividenden komen dus geenszins uit de winst van het lopende boekjaar maar bijvoorbeeld uit een beschikbare reserve of de overgedragen winst zoals die blijkt uit een vorige jaarrekening.

Er is geen reden om deze bijzondere dividenden uit te sluiten van het voordeel, aldus de fiscus. Er moet enkel gekeken worden naar het moment dat ze worden uitgekeerd. De circulaire van de belastingadministratie bevat het volgende verduidelijkende voorbeeld:

Stel een vennootschap opgericht in november 2015, met als afsluiting van het eerste boekjaar 31 december 2016. De aandelen komen in aanmerking voor het verlaagd tarief.

Uitkering van een interimdividend op 30.11.2019
Een interimdividend is een uit de winst van het lopende boekjaar (2019) uitgekeerd dividend. Het tarief RV is 15%, want het dividend wordt toegekend uit de winstuitkering van het derde boekjaar na het boekjaar van de inbreng (november 2015 - 31 december 2016).

Uitkering van een tussentijds dividend op 30.11.2019
Het tussentijds dividend is gebaseerd de beschikbare reserves van het laatste afgesloten boekjaar (nl. 2018). Ook dit dividend is onderworpen aan 15% RV want het wordt toegekend uit de winstverdeling van 2019, zijnde het derde boekjaar na dat van de inbreng (november 2015 - 31 december 2016).

Nieuws

Als een werknemer kosten maken in opdracht van, of ten voordele van zijn werkgever, dan zal de werkgever die kosten in principe terugbetalen. Dergelijke betalingen zijn 'kosten eigen aan de werkgever'. Ze zijn niet belastbaar in hoofde van de werknemer en zijn gewoon aftrekbaar in hoofde van de werkgever. In principe moet de werknemer de echtheid en het bedrag van de uitgave bewijzen, maar er bestaan uitzonderingen, zoals voor verblijfskosten.

Werknemers zijn in principe niet aansprakelijk voor de schade die ze in de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst toebrengen aan de werkgever of aan derden. Het is slechts in uitzonderlijke situaties dat zij toch aansprakelijk gesteld worden.

De investeringsaftrek is een fiscale aftrek die u als ondernemer ontvangt wanneer u investeert in beroepsmatige activa. Als u die activa ter beschikking stelt van derden, krijgt u die investeringsaftrek niet. Er zijn enkele uitzonderingen. Maar wat als u activa heeft die slechts gedeeltelijk onder een uitzondering vallen.