BTW op educatieve en wetenschappelijke evenementen: lokalisatiecriteria

Toegang tot wetenschappelijke en educatieve evenementen is onderworpen aan BTW in het land waar het evenement plaatsvindt en niet waar de afnemer gevestigd is. België paste deze regel toe als het evenement niet langer duurt dan één dag. Het Belgische standpunt moet nu veranderen naar aanleiding van een Europees arrest.

Wat is een evenement?

Hoewel BTW een bij uitstek Europese belasting is, zijn er toch heel wat verschillen in de toepassing van die wetgeving in de verschillende lidstaten. Toegang tot wetenschappelijke en educatieve evenementen is daar een voorbeeld van. In gans Europa geldt als regel dat een evenement aan BTW onderworpen is in het land waar het evenement plaatsvindt.

In België was er lange tijd maar sprake van een evenement als de duur ervan niet langer is dan één dag. Maar in Frankrijk bijvoorbeeld is er sprake van een evenement als het niet langer duurt dan 7 dagen. In Nederland maakt men een onderscheid tussen “aan een evenement deelnemen” en “toegang hebben tot een evenement”.
Het gevaar op dubbele BTW of omgekeerd geen BTW, is niet denkbeeldig.

Het Europees Hof van Justitie

Het Europees Hof van Justitie werd ondervraagd over een dergelijke situatie (HvJ-EU, 13 maart 2019, zaak C-647/17). Het betrof een Zweedse vennootschap (Srf konsulterna), opgericht door een beroepsvereniging van boekhouders. Die vennootschap verzorgde opleidingen voor Zweedse boekhouders. De opleidingen stonden enkel open voor belastingplichtigen van wie de zetel van de bedrijfsuitoefening zich in Zweden bevindt of die daar een vaste inrichting hebben.
Sommige van die opleidingen werden buiten Zweden georganiseerd. Die buitenlandse opleidingen duren 5 dagen met een onderbreking van één dag.

Om zeker te zijn vroeg Srf konsulterna de mening van een Zweedse versie van onze rulingcommissie. Die commissie antwoordde dat ook de buitenlandse opleidingen beschouwd moeten worden als dienstverrichtingen die plaatsvinden in het land van de belastingplichtige afnemer (in casu, Zweden). Volgens deze commissie moet het begrip „toegang tot evenementen” gezien worden als het recht om een bepaalde plaats te betreden.
Maar in het geval van Srf konsulterna gaat het om diensten die niet zozeer gaan over het recht om een bepaalde plaats te betreden, maar eerder over het recht om aan een specifieke opleiding deel te nemen en dus is de BTW wel in Zweden verschuldigd en niet in Spanje (de 5-daagse opleiding ging door in Palma de Mallorca).

BTW op de plaats waar de diensten worden verbruikt

Het Europees Hof is steeds van oordeel geweest dat BTW zo veel mogelijk moet geheven worden op de plaats waar de goederen en diensten worden verbruikt. Dat betekent in casu op de plaats waar zij daadwerkelijk plaatsvinden, dus in de lidstaten waar die opleidingen worden gegeven.

Terecht haalt Srf konsulterna aan dat de administratieve last op die manier wel erg zwaar wordt. Zij moeten immers Spaanse BTW aanrekenen. Hoewel het Hof dat erkent, meent zij toch dat dit geen reden mag zijn om de richtlijn anders uit te leggen.

Standpunt Belgische belastingadministratie

Bijna twee jaar na het arrest past de Belgische belastingadministratie haar standpunt aan, aan deze beslissing: ze aanvaardt dat de duur niet meer kan worden beschouwd als het enige doorslaggevend criterium om van een evenement te kunnen spreken. Ook andere criteria komen in aanmerking, zoals het feit dat de educatieve activiteiten op voorhand zijn gepland, op een specifieke plaats doorgaan en betrekking hebben op een vooraf omschreven onderwerp.

Voortaan zal de Belgische administratie er vanuit gaan dat Belgische BTW verschuldigd is als het educatieve evenement materieel plaatsvindt in België en de duurtijd niet langer is dan zeven kalenderdagen. Duurt het evenement langer dan zeven dagen, dan zal de administratie per individueel dossier een beslissing nemen en alle elementen van de evenement in rekening brengen.

De administratie nuanceert wel dat als het educatieve evenement uitsluitend in een andere lidstaat plaatsvindt, de beslissing over de plaats van de dienst in eerste instantie in de andere lidstaat moet genomen worden.

Heeft het educatieve evenement plaats in verschillende lidstaten, dan moet elke lidstaat voor zich uitmaken in welke mate BTW verschuldigd wordt in de lidstaat, voor wat betreft de educatieve evenementen die effectief op haar eigen grondgebied plaatsvinden.

Nieuws

Op 1 juli 2021 verandert de BTW-regeling voor internationale e-commerce grondig. Vanaf die datum moet de verkoper vrijwel altijd de BTW-regeling toepassen van het land van de particuliere afnemer. Om te vermijden dat u daarom in alle EU-lidstaten aangifte moet doen, kan u zich sinds 1 april registreren voor de zogenaamde OSS-regeling of éénloketsysteem.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het “verhoogde tarief”. Welk tarief is dan toepasselijk?

Op 31 maart jl. verschenen er in het Belgisch Staatsblad drie belangrijke BTW-maatregelen die ondernemers enige financiële ademruimte kunnen geven. De wijzigingen hebben betrekking op het decembervoorschot, de teruggavedrempel en de proportionele geldboete bij niet-tijdige betaling.