Bestuursmandaat … om voldoende leden te hebben

De hoedanigheid van bestuurder van een vennootschap of van een vzw heeft juridische gevolgen. Ook als u die hoedanigheid slechts pro forma heeft of als vriendendienst. Het Hof van Cassatie bevestigt dat elke individuele bestuurder verplicht is toezicht te houden op de medebestuurders, ook al was dat mandaat niet echt zo bedoeld.

Laattijdige aangifte van een VZW

De fiscus spreekt de bestuurders van een VZW aan omdat de fiscale aangifte van de VZW te laat werd ingediend. Eén van de bestuurders schrikt zich een hoedje want hij is weliswaar penningmeester van de VZW, maar de functie van bestuurder had hij enkel op zich genomen om het minimum aantal bestuurders te halen. De betrokken persoon toonde verder ook aan dat de voorzitter van de raad van bestuur alle touwtjes in handen had. Voor zichzelf kon hij aantonen dat hij sinds de oprichting van de VZW nooit documenten had ondertekend noch andere bestuursdaden had gesteld.

Voor het hof van beroep van Antwerpen was voldoende aangetoond dat "in de gegeven omstandigheden de niet-tijdige fiscale aangifte de verweerster niet ten laste kan worden gelegd” en bevrijdt de bestuurder van zijn aansprakelijkheid.

Fiscus naar Cassatie

De fiscus trekt naar het Hof van Cassatie want die nuance staat volgens haar niet in de wet.
En Cassatie volgt het strenge standpunt van de fiscus.

Zowel op basis van de oude als op basis van de nieuwe wetgeving geldt als regel dat alle bevoegdheden die de wet niet uitdrukkelijk verleent aan de algemene vergadering, worden toegekend aan de raad van bestuur.
De statuten kunnen de bevoegdheden van de raad van bestuur wel beperken. Maar deze beperkingen, alsook de taakverdeling die de bestuurders eventueel zijn overeengekomen, kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet indien zij zijn bekendgemaakt.

Vervolgens stelt het Hof dat het bestuur van een vzw aan een “collegiale raad van bestuur” moet worden opgedragen. Dit houdt in dat elke individuele bestuurder verplicht is toezicht te houden op de medebestuurders. Het feit dat er een taakverdeling is afgesproken tussen de bestuurders, of dat een bestuurder niet zelf het bestuursmandaat heeft gesolliciteerd of nog, dat een bestuurder zich het bestuur toeëigent, doet geen afbreuk aan deze verplichting.

Vriendendienst

Aan bestuurdersaansprakelijkheid ontsnapt u dus niet zomaar. Met haar arrest haalt het Hof van Cassatie trouwens meteen drie vaak aangehaalde 'excuses' onderuit.

1. Het eerste argument dat vaak aangehaald wordt, betreft de taakverdeling tussen bestuurders. Als de bestuurders bijvoorbeeld overeenkomen dat de ene zich bekommert om de financiën, de andere om de marketing, nog een andere voor HR, ... dan betekent dit toch niet dat zij aan de gezamenlijke aansprakelijkheid ontkomen.

2. Een tweede argument is dat van de pro forma benoeming, of de benoeming bij wijze van vriendendienst (om aan voldoende leden te komen). Het gebeurt inderdaad dat een persoon de rol van bestuurder opneemt om voor voldoende leden te zorgen. Het feit dat deze persoon achteraf zijn neus niet meer laat zien, ontslaat hem niet van de toezichtsplicht op de andere bestuurders.    

3. Daarop aansluitend een derde excuus: de voorzitter heeft alle touwtjes in handen. Hoewel het ongetwijfeld realiteit is en het voor sommige bestuurders misschien onmogelijk is om toezicht te houden (hetzij bij gebrek aan interesse, hetzij omdat de andere bestuurder(-s) het hen onmogelijk maakt), ontsnapt u daarmee niet aan de bestuurdersaansprakelijkheid.

Als u geen toezicht kan houden op de andere bestuurders, dan moet u hetzij een schriftelijk voorbehoud formuleren tegen de manier van werken, of, en dat is wellicht het meest effectieve, ontslag nemen.

Nieuws

Nadat het Grondwettelijk Hof de regeling voor 'het belastingvrij bijklussen' eind 2020 vernietigde, werd een nieuw en specifieke belastingregeling ingevoerd voor de diensten (en dus niet voor de verkoop van goederen) die een particulier aan een andere particulier levert door tussenkomst van een erkend elektronisch platform. De administratie heeft in de loop van mei daar in circulaire 2021/C/44 wat toelichting bij gegeven.

Als u materiaal aanbiedt aan uw medewerkers om te kunnen werken, dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel beschouwt de fiscus het als kosten eigen aan de werkgever (en dan is het niet belastbaar voor de werknemer), ofwel als voordeel van alle aard (en dan is het uiteraard wel belastbaar). Pc’s en smartphones vallen onder die laatste categorie. Maar wat met de accessoires ervan?

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.