Interestvoet bij betalingsachterstand handelstransacties

De interestvoet die van toepassing is bij een betalingsachterstand in handelstransacties wordt om de 6 maanden bepaald. Het percentage ligt al vier jaar op 8%. Enkel in het tweede semester van 2019 ging dat percentage even naar 8,5%. In het eerste semester van 2020 ging het terug naar 8% en dat is het nog steeds in het tweede semester van 2021.

Handelstransacties

De rentevoet geldt enkel voor handelstransacties. Volgens de toepasselijke wet zijn dit ‘transacties tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en aanbestedende overheden of aanbestedende diensten die leiden tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding’ (het gaat om kleinere overheidsopdrachten waarbij de overheid de afnemer van de dienst is).
De rentevoet is ook van toepassing op transacties tussen vrije beroepers, zelfstandigen en non-profitbedrijven.

De interestvoet geldt daarentegen niet:
a) in burgerlijke zaken;
b) in transacties tussen een handelaar en een particulier;
c) in fiscale zaken;
d) in sociale zaken.

De interest is van rechtswege en zonder ingebrekestelling verschuldigd als de schuldenaar niet betaalt binnen de wettelijke of de overeengekomen betalingstermijn.

Let wel: de partijen kunnen een andere regeling afspreken omtrent de wijze waarop een betalingsachterstand vergoed moet worden.

Andere interestvoeten

De interest wegens betalingsachterstand bij handelstransacties mag niet verward worden met de wettelijke interestvoet. Die laatste wordt slechts één keer per jaar vastgelegd. Momenteel bedraagt de wettelijke interest 1,75%.
De wettelijke interestvoet is van toepassing in burgerlijke zaken (zoals privézaken tussen natuurlijke personen) en op transacties tussen handelaars en particulieren (zogenaamde handelszaken).
Ook hier geldt als regel dat de partijen een andere regeling (en meer in het bijzonder een ander tarief) kunnen overeenkomen.

In fiscale zaken maken we een onderscheid tussen nalatigheidsinteresten (die u als belastingplichtige verschuldigd bent als u te laat betaalt) en moratoriuminteresten (die de Schatkist aan u betaalt bij een laattijdige terugbetaling van belastingen).
Het tarief van de nalatigheidsinteresten hangt af van het tarief van de lineaire overheidsobligaties op 10 jaar. Voor 2021 werd de rentevoet van de nalatigheidsinteresten vastgelegd op 4%.
De rentevoet van de moratoriuminteresten is gelijk aan de helft van die van de nalatigheidsinteresten (dus 2%).

Ten slotte is er ook nog de rentevoet voor sociale zaken: daar geldt een vast tarief van 7%.

Nieuws

De ‘milde toepassing’ van de 80%-grens, zoals de belastingadministratie die toepaste voor de premies van 2020, wordt verlengd voor de premies van 2021. De administratie kondigde dit aan in een circulaire van 10 juni 2021. Wat houdt die versoepeling precies in?

Midden 2020 pakte de regering uit met de consumptiecheque. De werkgever mocht zijn personeel een bonus geven, vrij van belastingen en sociale zekerheid, tot maximum 300 euro. Een jaar later komt er een heruitgave van deze bonus (nu heet die ‘coronapremie’), maar ook aan de consumptiecheque wordt noodgedwongen nog wat gesleuteld.

Voor een ondernemer is de revalorisatiecoëfficiënt van het kadastraal inkomen (kortweg KI) relevant in twee specifieke situaties: als hij als particulier een woning verhuurt aan een onderneming en als hij als bedrijfsleider een woning verhuurt aan zijn eigen onderneming.