Verzekeringsgiften: een nieuw hoofdstukje aan de saga

Als u een verzekering afsluit op uw hoofd (u bent verzekeringnemer én verzekerde), ten voordele van bijvoorbeeld de langstlevende echtgenoot of uw kinderen, dan betalen die “begunstigden” erfbelasting op die uitkering. Stel dat het kind zelf die verzekering zou afsluiten op uw hoofd, dan is er geen belasting verschuldigd als u overlijdt, omdat u niet de verzekeringnemer bent, enkel de verzekerde.

Schenk de verzekering

U zal nu misschien denken: dan schenk ik die verzekering aan de begunstigden. Dus u betaalde de premie al, en daarna schenkt u de verzekering. Zo'n schenking is onderworpen aan schenkbelasting. U betaalt dan in principe een schenkbelasting van 3% (of 7% - afhankelijk van de verwantschap) op de afkoopwaarde. Maar volgens de algemene regel zou er daarna geen erfbelasting meer verschuldigd mogen zijn. Tot in 2015...

In 2015 stelde de Vlaamse belastingdienst (Vlabel) een einde aan deze constructie: de uitkering van de polis is volgens Vlabel wel onderworpen aan erfbelasting, zelfs als de schenking onderworpen werd aan schenkbelasting.
Dit lijkt heel sterk op dubbele belasting en dat is het economisch gezien ook. Maar strikt juridisch gezien is dat niet het geval omdat de schenkbelasting verschuldigd was op de schenking en de erfbelasting op de uitkering. Met andere woorden, juridisch twee verschillende belastingen op twee verschillende verrichtingen.

Vlaamse decreetgever bevestigt deels

In 2016 bevestigde het Vlaams Parlement de houding van Vlabel, met dien verstande dat bij het overlijden van de verzekerde, het deel van uitkering dat al onderworpen was aan schenkbelasting, niet meer aan de erfbelasting zou onderworpen worden.

Ook dit nieuwe standpunt is vatbaar voor discussie: het betekent dat de begunstigde erfbelasting betaalt op de aangroei van het vermogen sinds hij er door de gift eigenaar van geworden is. Maar het Grondwettelijk Hof bevestigde in 2017 het decreet en sindsdien betaalt u dus schenkbelasting op de verzekeringsgift en vervolgens erfbelasting bij de uitkering, in de mate dat die hoger is dan de afkoopwaarde waarop u schenkbelasting betaalde.

Een verzekeringsgift post mortem

In mei 2020 werd Vlabel ondervraagd over een bijzondere toepassing van de verzekeringsgift.
In casu hadden mijnheer X en mevrouw Y een verzekering afgesloten op beider hoofd met als begunstigden de drie kinderen. Bij het overlijden van X of Y zou er geen uitkering plaatsvinden maar zouden de rechten van de overleden verzekeringnemer naar de langstlevende overgedragen worden.
Mijnheer X overlijdt en enige tijd later wil mevrouw Y via een verzekeringsgift de verzekeringen overdragen naar de kinderen.
Maar er is een technisch probleem: de verzekeringsmaatschappij kan een polis niet opsplitsen in drie. Om administratieve redenen moeten er drie nieuwe afzonderlijke polissen afgesloten worden.
Kan een verzekeringsgift dan nog gebeuren op de gebruikelijke manier?

Afkoop

Een eerste probleem dat zich voordoet, is dat de opsplitsing van de overeenkomst eigenlijk geen splitsing is maar een afkoop van de verzekering gevolgd door drie nieuwe contracten.
Die afkoop vormt een nieuwe gebeurtenis in de nalatenschap van de mijnheer X waardoor de erfgenamen verplicht worden een nieuwe aangifte in te dienen. Er zal dan erfbelasting verschuldigd zijn op helft van de afkoopwaarde.
Keerzijde hiervan is dat mevrouw Y deze verzekeringsovereenkomst niet meer hoeft te schenken en dat bij haar overlijden de uitkering niet meer aan de erfbelasting onderworpen is.

En de verzekeringsgift?

Op de verzekeringsgift van mevrouw Y aan de kinderen wordt de schenkbelasting geheven. Voor het deel van de verzekering waarvoor mevrouw Y verzekeringnemer was (de helft dus) gelden de gebruikelijke regels inzake verzekeringsgiften: de erfbelasting zal verschuldigd zijn maar de grondslag van de erfbelasting mag verminderd worden met de grondslag van de schenkbelasting.

Maar dat kan niet met het deel van mijnheer X omdat de schenking pas gebeurde na het overlijden van de man: de schenking komt dus niet van X als erflater. De erfbelasting kan enkel verminderd worden met het bedrag dat als belastbare grondslag is gediend voor de heffing van de schenkbelasting indien het contract door de erflater aan die persoon werd geschonken (artikel 2.7.1.0.6 Vlaamse Codex Fiscaliteit).

Nieuws

De interestvoet van toepassing in geval van betalingsachterstand in handelstransacties wordt om de zes maanden bepaald. Het percentage ligt sinds het tweede semester van 2016 op … 8%.

Neemt de overheid met de ene hand terug wat ze met de andere gegeven heeft? Wat is het belastingstelsel van het overbruggingsrecht voor zelfstandigen die moesten sluiten door de coronamaatregelen van de overheid? Een circulaire van juli 2020 met een update in september brengt verduidelijking.

Eind augustus verlengde de regering één van de tijdelijke crisismaatregelen: het overbruggingsrecht voor zelfstandigen die getroffen worden door de coronacrisis. De nieuwe einddatum is 31 december 2020. Ook het ‘heropstartoverbruggingsrecht’ werd verlengd maar slechts tot 31 oktober a.s.