Is ten onrechte aangerekende btw aftrekbaar?

Werken in onroerende staat, verricht door een btw-plichtige aan een andere btw-plichtige, kunnen met verlegging van heffing gefactureerd worden. Met andere woorden, de aannemer rekent de btw niet aan, maar de klant neemt de btw zelf op in zijn aangifte en trekt die (in de mate van het toegestane) ook weer af. Maar wat als de aannemer tóch btw aanrekende?

Verlegging van heffing gevolgd door een faillissement

Zoals hierboven gesteld moet voor werkende in onroerende staat (bouwen/verbouwen) een aannemer een factuur opmaken met verlegging van heffing als de klant zelf ook een Belgische btw-plichtige is en deze laatste het betrokken onroerend goed aanwendt voor zijn btw-activiteit.

Het voordeel van deze regeling is dat u als afnemer van de dienst de btw niet moet voorfinancieren.
Immers, als u goederen aankoopt of diensten afneemt, dan moet u steeds even wachten tussen het betalen van de btw aan de verkoper/dienstverrichter en het moment dat u die btw zelf in uw aangifte mag opnemen en afzetten tegenover de btw die u zelf ontving van klanten. In de bouwsector kan het over redelijk grote bedragen gaan.

Met de verlegging van heffing ontwijken we dit probleem: u betaalt geen btw aan de aannemer, u neemt de verschuldigde btw zelf op in uw aangifte en meteen trekt u de aftrekbare btw weer af van die verschuldigde btw. Is er een verschil (omdat het gebouw niet 100% voor de economische activiteit gebruikt wordt of omdat u een gedeeltelijke btw-plichtige bent), dan moet u dat zelf aan de Schatkist storten.

Deze regeling is verplicht ... waar de belastingadministratie dan uit afleidt dat als u btw betaalde aan uw aannemer, u die btw ten onrechte betaalde en u die niet mag aftrekken. De enige mogelijkheid die u eigenlijk heeft, is de btw terugvorderen bij de aannemer.
Helaas voor een btw-plichtige in het Limburgse die ten onrechte btw betaald had aan zijn aannemer, was die aannemer failliet gegaan en kon hij de btw daar niet terugvorderen. Klap op de vuurpijl: de failliete ondernemer had de ontvangen btw wèl al doorgestort aan de Schatkist zodat de fiscus eigenlijk 2 keer btw ontving.

Uitspraak van het Hof van Justitie

In 2017 deed het Europees Hof van Justitie een uitspraak in een gelijkaardige situatie in Hongarije. Ook daar kocht de belastingplichtige met btw terwijl de partijen een verleggingsregeling moesten toepassen. Hoewel de verkoper die btw had doorgestort mocht de koper de btw toch niet aftrekken.

Dat Europees Hof bevestigt in eerste instantie dat de btw niet aftrekbaar is als u hem betaalt terwijl er een verleggingsregeling van toepassing is. Maar het Hof voegt daar nog aan toe dat als de terugbetaling door de verkoper aan de koper van de onterecht gefactureerde btw onmogelijk of uiterst moeilijk wordt, met name in geval van insolvabiliteit van de verkoper, de beginselen van fiscale neutraliteit, doeltreffendheid en evenredigheid vereisen dat de koper zijn vordering tot terugbetaling rechtstreeks tot de belastingdienst kan richten.

Uitspraak van het Hof van Beroep van Antwerpen

Het Hof van Beroep te Antwerpen dat in de Limburgse zaak moest oordelen, volgt de beslissing van het Europees Hof. Het hof stelt vast dat er een dubbele betaling van btw is en dat de partijen ter goeder trouw zijn. Door het faillissement van de aannemer is het voor de belastingplichtige moeilijk, zo niet onmogelijk, om de ten onrechte betaalde btw nog te recupereren bij de aannemer.
Het hof aanvaardt ook het argument van de belastingadministratie niet dat de termijn voor teruggaaf van btw verstreken is. In principe verstrijkt die termijn al na 3 jaar.

Bij dit goede nieuws mag u toch niet uit het oog verliezen dat de verleggingsregeling verplicht moet worden toegepast. De belastingadministratie mag de aftrek van die ten onrechte betaalde btw wel degelijk weigeren zodat u zich aan de dienstverlener moet richten om de btw terug te krijgen. Het is pas als u problemen heeft om daar uw geld terug te krijgen dat u terug naar de belastingadministratie kan stappen.

Nieuws

De ‘milde toepassing’ van de 80%-grens, zoals de belastingadministratie die toepaste voor de premies van 2020, wordt verlengd voor de premies van 2021. De administratie kondigde dit aan in een circulaire van 10 juni 2021. Wat houdt die versoepeling precies in?

Midden 2020 pakte de regering uit met de consumptiecheque. De werkgever mocht zijn personeel een bonus geven, vrij van belastingen en sociale zekerheid, tot maximum 300 euro. Een jaar later komt er een heruitgave van deze bonus (nu heet die ‘coronapremie’), maar ook aan de consumptiecheque wordt noodgedwongen nog wat gesleuteld.

Voor een ondernemer is de revalorisatiecoëfficiënt van het kadastraal inkomen (kortweg KI) relevant in twee specifieke situaties: als hij als particulier een woning verhuurt aan een onderneming en als hij als bedrijfsleider een woning verhuurt aan zijn eigen onderneming.