Onderhoudsgeld naar het buitenland

Onderhoudsgelden zijn, onder voorwaarden, aftrekbaar ten belope van 80% van het uitgekeerde bedrag. Waar de genieter gevestigd is, is eigenlijk zonder belang voor de aftrekbaarheid. Maar als die genieter in het buitenland zit, dan spelen er andere verplichtingen.

Voorwaarden voor de aftrek

De aftrek van onderhoudsgeld is onderworpen aan 3 voorwaarden.

In eerste instantie moet er een wettelijke onderhoudsverplichting bestaan. Een dergelijk onderhoudsverplichting bestaat tussen (ex-)echtgenoten, ten aanzien van kinderen en van ouders, soms zelfs ten aanzien van aangetrouwde familieleden. Ten aanzien van familieleden in de zijlijn (broers, zussen, neven en nichten) is er geen wettelijk onderhoudsverplichting. Tussen feitelijk samenwonenden evenmin.

De tweede voorwaarde is dat de onderhoudsplichtige en de begunstigde geen deel uitmaken van hetzelfde gezin. U heeft dus wel een wettelijke onderhoudsplicht ten aanzien van uw inwonende kinderen, maar de sommen die u betaalt kunnen niet in aftrek gebracht worden. Er bestaat heel wat discussie of 'studenten op kot' al dan niet inwonend zijn. De belastingplichtige trekt meestal aan het kortste eind.

De derde voorwaarde is dat de onderhoudsuitkering op regelmatige wijze gebeurt. Dat moet u letterlijk nemen: maandelijks, trimestrieel ... Als u achterstallige onderhoudsgelden in één keer betaalt, is de betaling niet regelmatig en is de som dus niet aftrekbaar. Daarop bestaan enkele uitzonderingen (namelijk bij een gekapitaliseerde onderhoudsuitkering, bij een achterstal die door een rechtbank wordt toegewezen en als u als onderhoudsplichtige een niet-regelmatige kost van de begunstigde ten laste neemt (bv. een stookolie-factuur)).

Geen voorwaarde

Er bestaan wat misverstanden over de voorwaarden en meer bepaald over wat niet als voorwaarde moet gezien worden.
Het is allereerst niet vereist dat de onderhoudsuitkering betaald wordt na een gerechtelijke beslissing. Ook als de onderhoudsuitkering gebaseerd is op een onderlinge afspraak, is de uitkering aftrekbaar.
Het feit dat de onderhoudsuitkering al dan niet belast wordt bij de genieter is evenmin van belang. De kans is wel groot dat de begunstigde belast zal worden als hij/zij in België woont, omdat de voorwaarden voor de belastbaarheid het spiegelbeeld zijn van de voorwaarden voor de aftrekbaarheid.
Woont de begunstigde in het buitenland, dan speelt het evenmin een rol of hij/zij er belastingen op betaalt, maar er zijn dan andere elementen die beginnen te spelen en waar u als onderhoudsplichtige zeker aandacht moet voor hebben.

Buitenlandse begunstigde

Is de begunstigde geen inwoner in België, dan heeft hij/zij in België ook geen fiscale verplichtingen voor de ontvangen sommen. Wellicht heeft hij/zij die wel in het land waarvan hij/zij wel inwoner is.
Maar de onderhoudsplichtige moet de volgende 3 fiscale verplichtingen zorgvuldig naleven.

1. Bedrijfsvoorheffing inhouden

De eerste verplichting die u als onderhoudsplichtige heeft, is bedrijfsvoorheffing (BV) inhouden. De BV op onderhoudsuitkeringen bedraagt 26,75% op 80% van de uitkeringen (of van de kapitalen die het onderhoudsgeld vervangen).
U moet de BV niet inhouden als de begunstigde in een land woont waarmee België a) een dubbelbelastingverdrag heeft dat b) de belastingheffing op onderhoudsuitkeringen toewijst aan de woonstaat van de begunstigde en c) u kan aantonen dat de begunstigde daar ook effectief woont. België heeft momenteel zo'n 90 verdragen en meestal voorzien die verdragen dat de woonstaat van de begunstigde de onderhoudsuitkeringen mag belasten.
Omgekeerd: u moet bedrijfsvoorheffing inhouden als de begunstigde in een land woont waarmee we geen dubbelbelastingverdrag hebben of als het toepasselijke verdrag de belastingheffing toewijst aan België.

2. Bedrijfsvoorheffing aangeven (zelfs bij vrijstelling)

U mag die ingehouden BV natuurlijk niet zelf houden: u moet ze doorstorten aan de Schatkist. Tegelijk moet u ook een aangifte BV indienen.
Als u geen BV moest inhouden omdat er een verdrag is, dan moet u uiteraard ook niets doorstorten, maar ... u moet wel nog een aangifte indienen! U kan dat doen via de e-service Finprof.
Let op: u heeft niet zo veel tijd om de BV door te storten en de aangifte in te dienen. In principe heeft u 15 dagen na het verstrijken van het trimester waarin u de uitkeringen betaalde. Maar is de BV hoger dan 40.799 euro (voor aanslagjaar 2020) dan heeft u slechts twee weken na het verstrijken van de maand waarin u de uitkering heeft betaald.

3. Een ficheverplichting

Ten slotte heeft u als onderhoudsplichtige ook een ficheverplichting (enkel als de begunstigde in het buitenland woont). Ongeacht of er een dubbelbelastingverdrag is of niet, of er BV werd ingehouden of niet, u moet via Belcotax een fiche 281.30 opstellen en indienen. De deadline voor een dergelijke fiche is 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarin u het onderhoudsgeld betaalde.

Nieuws

Op 1 juli 2021 verandert de BTW-regeling voor internationale e-commerce grondig. Vanaf die datum moet de verkoper vrijwel altijd de BTW-regeling toepassen van het land van de particuliere afnemer. Om te vermijden dat u daarom in alle EU-lidstaten aangifte moet doen, kan u zich sinds 1 april registreren voor de zogenaamde OSS-regeling of éénloketsysteem.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het “verhoogde tarief”. Welk tarief is dan toepasselijk?

Op 31 maart jl. verschenen er in het Belgisch Staatsblad drie belangrijke BTW-maatregelen die ondernemers enige financiële ademruimte kunnen geven. De wijzigingen hebben betrekking op het decembervoorschot, de teruggavedrempel en de proportionele geldboete bij niet-tijdige betaling.