Vlaanderen: EPC nu ook voor bedrijfsgebouwen

Het energieprestatiecertificaat (EPC) bestaat sinds 1 januari 2020 ook voor zogenaamde kleine niet-residentiële gebouwen. Net zoals voor woningen moet de verkoper/verhuurder van een klein bedrijfsgebouw aan de verkoper/verhuurder meedelen wat de EPC-waarde is van het betrokken gebouw.

Welke gebouwen?

Een EPC is verplicht als het gebouw aan drie voorwaarden voldoet.
Eerste voorwaarde: het moet om gebouwen gaan, gelegen in het Vlaams Gewest, waar niet in gewoond wordt. We denken dan aan kantoren, winkels, restaurants. Maar ook kantoren van vrije beroepen (artsen, advocaten, boekhouders) worden bedoeld. Ook vakantiewoningen moeten zo'n EPC krijgen in geval van verkoop en bij verhuur maar enkel als de verhuur meer dan 2 maanden bedraagt.
U moet niet alleen kijken naar het gehele gebouw: ook bij de verkoop/verhuur van een gedeelte van een gebouw moet u het certificaat hebben.

Tweede voorwaarde: de oppervlakte van het gebouw of het deel van het gebouw dat u wil verkopen/verhuren bedraagt niet meer dan 500 m2.

Ten slotte: als u een deel van een bedrijfsgebouw verkoopt of verhuurt, dan mag het aaneengesloten deel van het gebouw, dat ook niet-residentieel gebruikt wordt, niet meer bedragen dan 1.000 m2.. Met andere woorden: het totale niet-residentiële gebouw waarvan u een stuk verkoopt is niet groter dan 1.000 m2 (dus inclusief het deel dat u verkoopt).
Stel dat u een gelijkvloers als handelspand wil verhuren: op de eerste verdieping is er een kantoorgebouw en op de tweede verdieping een woning. U moet voor de berekening van de 1.000 m2 kijken naar gelijkvloers plus eerste verdieping. De woning op de tweede verdieping mag u negeren. Stel dat er nog een derde verdieping is dat ook weer als kantoor dienst doet: vermits het geen “aangrenzend” perceel is, moet u er voor de berekening van de 1.000 m2 geen rekening mee houden. Is de tweede verdieping wel een kantoor, dan moet u die tweede (en eventueel derde) verdieping wel meetellen.

Er zijn wel nog enkele specifieke uitzonderingen. Uiteraard moet u geen EPC-keuring laten doen als er voor het gebouw al een EPC-waarde werd toegekend (bv. bij nieuwbouw). Maar het hoeft ook niet voor alleenstaande niet-residentiële gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m², voor werkplaatsen, voor stallen, serres en werkplaatsen van een landbouwbedrijf,...
Noteer terloops dat de Vlaamse regering momenteel nog een soort EPC-systeem ontwikkelt voor grotere “niet-residentiële gebouwen”.

Verkoop of verhuur

De EPC-waarde moet gekend zijn op het ogenblik van een verkoop of verhuur (in zoverre die plaats heeft vanaf 1 januari 2020). Wat verstaan we precies onder verkoop of verhuur?
De verkoop van de blote eigendom of van het vruchtgebruik valt er alvast niet onder. Ook als er verkocht wordt om een mede-eigendom te doen ophouden, is geen EPC-waarde nodig.
Worden ook niet bedoeld: de verkoop/verhuring zonder enige publiciteit (bv. als er verkocht wordt tussen familieleden), de onderverhuur, het vestigen van een opstalrecht of een erfpacht.
Maar bij de verkoop van een volle eigendom, de verhuring of een onroerende leasing moet u wel een certificaat kunnen voorleggen.

Wat moet u met het certificaat doen?

Het EPC voor kleine niet-residentiele gebouwen bevat een label gaande van A+ (= heel energiezuinig) tot F (= heel energieverslindend). Het certificaat bevat ook aanbevelingen om het gebouw energiezuiniger te maken via een renovatie.

Sinds 1 januari 2020 moet u het EPC bekend maken op het ogenblik dat u een niet-residentieel gebouw wil verkopen of verhuren. Dat betekent dat het label moet vermeld worden op advertenties en websites waar ze te huur of te koop worden aangeboden.
Bij verhuur moet u een kopie van het EPC aan de huurder bezorgen. Bij verkoop moet u het aan de koper overdragen op het ogenblik dat de authentieke akte wordt verleden. Als er geen EPC beschikbaar is in die situaties, dan kan u een boete oplopen van 500 euro tot 5.000 euro. Noteer trouwens dat de notaris verplicht is om het Vlaams Energieagentschap te verwittigen dat er geen EPC aanwezig.

Meer gedetailleerde informatie is beschikbaar op de website www.energiesparen.be

Nieuws

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Zoals inkomsten na de stopzetting van uw activiteit nog belastbaar kunnen zijn tot lang nadat u gestopt bent, zo kunnen ook kosten na de stopzetting nog aftrekbaar zijn. Het Hof van Beroep van Gent mocht zich in een bepaalde casus uitspreken over tal van kosten en uitgaven die nog na de stopzetting werden gedragen. Een bijzonder interessante casus!

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?