Een schadevergoeding kan ook een bedrijfsleidersbezoldiging zijn

Een schadevergoeding kan ook een bedrijfsleidersbezoldiging zijn. Wat telt is de link met het mandaat. Maar voorafbetalingen moet u er niet op doen.

Schadevergoeding wegens onterecht ontslag

Een bedrijfsleider gaat in de loop van 2001 ernstig in de clinch met de vennootschap waar hij werkt en de aandeelhouders van die vennootschap. Het contract wordt beëindigd. In 2009 krijgt hij van het hof van beroep deels gelijk in zijn zaak tegen de vennootschap en de aandeelhouders die hem onterecht ontslagen hebben. Het hof kent hem uiteindelijk een schadevergoeding toe van 175.000 euro ten laste van de aandeelhouders.

Omdat het volgens de bedrijfsleider om een schadevergoeding gaat, geeft hij niets aan. De belastingadministratie ziet dat anders en ze vordert de belasting op de ontvangen schadevergoeding want dat zijn (volgens de fiscus) bedrijfsleidersbezoldigingen en ze verhoogt de belasting nog met een belastingvermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen.

In 2016 hakt het hof van beroep de knoop door: het is algemeen aanvaard dat alles wat de bedrijfsleider ontvangt uit zijn functie als bedrijfsleider, beschouwd wordt als een bestuurdersbezoldiging. Dat deze persoon op het ogenblik dat hij het inkomen ontvangt al lang geen bedrijfsleider meer is (al sinds 2001 om precies te zijn), is zonder belang. Voor het hof staat het vast dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het mandaat dat de belastingplichtige had en de vergoeding. De aanleiding van de vergoeding is het mandaat en ze is toegekend uit hoofde van de gederfde bestuurdersvergoeding. Bijgevolg is de vergoeding belastbaar als een bestuurdersbezoldiging.
Zelfs het feit dat de schadevergoeding moest betaald worden door de aandeelhouders en niet de vennootschap (werkgever) is niet relevant.

Voorafbetalingen

Als klap op de vuurpijl krijgt de belastingplichtige ook nog een vermeerdering van de belasting.
De verloning van bedrijfsleiders is onderworpen aan bedrijfsvoorheffing. Toch moeten zij ook voorafbetalingen doen (in de mate dat de bedrijfsvoorheffing onvoldoende zou zijn). Als er niet voldoende bedrijfsvoorheffing werd ingehouden, en er geen voorafbetalingen werden gedaan, dan ondergaat u als bedrijfsleider een belastingvermeerdering zoals bij zelfstandigen en vennootschappen.
Volgens de belastingplichtige is dat oneerlijk: hij kan toch niet op voorhand weten hoeveel vergoeding hij zal krijgen. Voor het hof is dat niet relevant: door de zaak te starten had hij kunnen weten dat er een vergoeding zou komen. Trouwens, zo zegt het hof, is het niet mogelijk om de wet niet toe te passen om billijkheidsredenen. Het hof bevestigt dus de vermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen.

Cassatie

Midden 2019 heeft het Hof van Cassatie zijn visie mogen geven in deze zaak.
Eerst het slechte nieuws (althans voor onze ex-bestuurder): op bestuurdersbezoldigingen moeten voorafbetalingen gedaan worden. Eén uitzondering: het inkomen dat bestaat uit vervangingsinkomsten of inkomsten die hij als schadeloosstelling ontvangt voor een tijdelijke derving van winst, bezoldigingen of baten bij aantasting van zijn verdienvermogen door ongeval, ziekte, invaliditeit enz., wordt uitgesloten uit de basis voor de belastingvermeerdering.
Maar het Hof meent dat dit geval, namelijk een schadevergoeding die een bedrijfsleider ontvangt als gederfde bezoldiging omwille van een foutieve wijze van beëindiging van het mandaat, geen dergelijke vergoeding voor “het herstel van een tijdelijke derving van bezoldiging” vormt.
Dus ... geen reden om het uit de basis te houden van de belastingvermeerdering.

Maar e is ook goed nieuws. Een dergelijke schadevergoeding, zelfs als ze gekwalificeerd wordt als een bedrijfsleidersbezoldiging, is afzonderlijk belastbaar. Ze worden alleen bij de andere inkomsten gevoegd (de zgn. globalisatie) als dat tot een lagere belasting zou leiden.
Als er geen dergelijke globalisatie plaatsheeft, en de inkomsten dus afzonderlijk worden belast, zijn ze volgens het Hof van Cassatie ook niet onderworpen aan een vermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen werden gedaan.

Na 10 jaar procederen heeft de bestuurder dan toch een beetje gelijk gekregen.

Nieuws

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Zoals inkomsten na de stopzetting van uw activiteit nog belastbaar kunnen zijn tot lang nadat u gestopt bent, zo kunnen ook kosten na de stopzetting nog aftrekbaar zijn. Het Hof van Beroep van Gent mocht zich in een bepaalde casus uitspreken over tal van kosten en uitgaven die nog na de stopzetting werden gedragen. Een bijzonder interessante casus!

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?