Automatisering van de uitvoerbare titel inzake btw

Als btw-plichtige betaalt u in principe spontaan de btw die u verschuldigd bent nadat u uw aangifte heeft ingediend. Als u dat niet doet, dan moet de Btw-administratie het komen halen. Dat moeten ze zoals elke schuldeiser doen met een zogenaamde “uitvoerbare titel”. Schuldeisers moeten in principe hun titel vragen aan de rechter. De fiscus maakt zijn titel zelf …

Verschuldigde btw

Als btw-plichtige dient u maandelijks of trimestrieel een aangifte in. Die aangifte leidt ofwel naar een som die u moet terugkrijgen (wat betekent dat u meer uitgaf dan ontving) of die u moet betalen. Als u tijdig betaalt, is er verder niets aan de hand. Maar wat gebeurt er als u niet tijdig betaalt?

In eerste instantie zal de fiscus u via herinneringen wijzen op uw onoplettendheid. Bij de volgende afrekening zal u daar de kostprijs van zien onder de vorm van moratoriuminteresten.
Als de belastingplichtige nog steeds niet betaalt moet de fiscus overgaan tot “invordering”. Ze maken dan een zogenaamde “uitvoerbare titel” op die hen het recht geeft om maatregelen te nemen om een gedwongen uitvoering te doen.

Dwangbevel wordt innings- en invorderingsregister

Tot voor kort moest er voor zo'n gedwongen tenuitvoerlegging een uitvoerbare titel gemaakt worden onder de vorm van een administratief dwangbevel. Concreet betekende dit dat een ambtenaar een dwangbevel moest opmaken en dat vervolgens een andere ambtenaar van een hoger niveau het ook effectief uitvoerbaar moest verklaren. Zo'n dwangbevel moest onder meer de feitelijke en juridische verantwoording van de btw-schuld bevatten.

Omdat dit allemaal nogal tijdrovend was, werd op 1 april 2019 overgeschakeld naar een automatische uitvoerbaarheid via het innings- en invorderingsregister. Dat register is gewoon een lijst van btw-plichtigen met hun openstaande btw-schulden, interesten en andere sommen die ze nog moeten betalen.
De fiscus moet u minstens een maand op voorhand verwittigen dat ze u op deze lijst opnemen. In die communicatie (via gewone post of via e-mail) leggen ze uit waarom u op de lijst zal opgenomen worden.
Van zodra u als btw-plichtige op die lijst terechtkomt, krijgt u opnieuw een bericht waarschijnlijk met een laatste uitnodiging tot betaling van de openstaande schuld. Op dat ogenblik kan de fiscus eigenlijk onmiddellijk overgaan tot de gedwongen tenuitvoeruitlegging. In de inkomstenbelastingen geldt een gelijkaardig systeem (via het zogenaamde kohier, maar daar krijgt de belastingplichtige in principe nog een maand om te reageren, bv. door te betalen).

Het enige wat de fiscus moet doen, is het innings- en invorderingsbericht overhandigen aan een gerechtsdeurwaarder. Die heeft dan meteen de titel in handen om tot actie over te gaan. Niet alleen tegenover de btw-plichtige die zijn btw-schulden niet heeft voldaan, maar eventueel ook tegenover derden die gehouden zijn tot betaling van die btw-schuld. Bijvoorbeeld medecontractanten, leden van een btw-eenheid, vennoten in een vennootschapsvorm met onbeperkte aansprakelijkheid... In dat geval moet de fiscus wel een termijn van een maand respecteren en moeten ze ook tegenover de medeschuldenaar verantwoorden waarom hij wordt aangesproken.

Hoe de gevolgen van een gedwongen uitvoering vermijden?

Voor de belastingplichtige lijken er maar 2 opties te zijn: betalen (en dan eventueel een rechtszaak ten gronde starten) of een verzoekschrift neerleggen bij de rechtbank van eerste aanleg. Een dergelijke actie houdt de gedwongen tenuitvoerlegging wel tegen maar dan nog kan de fiscus bewarende maatregelen nemen om de invordering op een later tijdstip te waarborgen.

Nieuws

Als u als bedrijfsleider een lening krijgt van uw eigen vennootschap, dan kijkt de fiscus of de interest die u betaalt, marktconform is. Die marktrente wordt jaarlijks vastgelegd. De vraag is of het forfaitair berekende voordeel zonder meer geaccepteerd moet worden.

Naar goede traditie worden tegen het einde van het jaar de prijzen gepubliceerd voor de openbaarmaking van de jaarrekening in de loop van het volgend jaar. Deze prijzen zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen en daarom is de neerlegging van de jaarrekening in 2020 enkele eurootjes duurder dan in 2019.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2019 weer een beetje omhoog en dat is goed nieuws voor wie een bedrijfswagen heeft.