Boekhoudkundige rulings: eindelijk van start

Het wetgevend kader van de boekhoudkundige rulings dateert eigenlijk al van 30 december 2016. Maar het was wachten op de benoeming van de leden van de commissie om ook écht van start te kunnen gaan. Sinds 27 mei 2019 kan u een boekhoudkundige ruling aanvragen.

IBB

De officiële benaming van boekhoudkundige rulings is “Individuele Beslissingen inzake Boekhoudrecht”, afgekort IBB.
Het orgaan dat deze IBB's zal afleveren, is de CBN dat al sinds jaar en dag verantwoordelijk is voor de interpretatie en de concretisering van de boekhoudkundige normen.

De CBN publiceert geregeld adviezen waarin zij een bepaald probleem analyseren en er een concrete oplossing voor bieden. Eén van de recentere ontwerpadviezen betreft bijvoorbeeld de crypto-munten die u bezit... hoe boekt u die, wat is hun waarde, ... interessant als u met bitcoins handelt.

In het verleden beantwoordden zij ook al informeel vragen van accountants en boekhouders. En het is eigenlijk die praktijk die nu in een formeel proces wordt omgezet.

Hoe begint u er aan?

U moet uw aanvraag voor een IBB schriftelijk richten aan het College van de CBN. Uw aanvraag moet gemotiveerd zijn en ondertekend door een persoon die daartoe gemachtigd. Meestal zal de raad van bestuur een accountant/boekhouder machtigen om de aanvraag in te dienen. Het aanvraagformulier is beschikbaar op de website van de CBN: https://www.cbn-cnc.be/nl/contact/aanvraag-ibb

Uw aanvraag moet bevatten:

de identiteit van de aanvrager

indien van toepassing: de betrokken partijen en derden;

de beschrijving van de activiteiten;

de volledige beschrijving van de bijzondere situatie of verrichting;

de verwijzing naar de wettelijke of reglementaire bepalingen waarop het antwoord moet slaan.

Het dossier moet uiteraard zo volledig mogelijk zijn: andere contacten met de overheid, andere beslissingen (bv. een fiscale ruling)... alles moet er bij.

Wat kan en wat kan niet?

De bedoeling is dus dat u concrete vragen heeft over een bepaald en concreet boekhoudkundig issue. Als u die vraag stelt omwille van de fiscale consequenties (fiscaliteit volgt immers in principe de boekhoudkundige regels tenzij de wet er uitdrukkelijk van afwijkt), dan zal de CBN slechts een ruling afleveren als u er mee instemt dat zij overleggen met hun fiscale tegenpoot: de Dienst Voorafgaande Beslissingen. Trouwens, aanvragen waarin belastingparadijzen voorkomen (als essentieel bestanddeel van de verrichting) worden niet behandeld. Niet toevallig heeft de voorzitter van de fiscale rulingdienst ook een zitje in dit college.
De verrichting mag ook nog niet in de jaarrekening verwerkt zijn geweest. We kunnen ons de vraag stellen of deze voorwaarde (die al in 2016 in de wet werd ingeschreven) nog steeds even streng moet toegepast worden nu de nieuwe vennootschappenwet iets meer ruimte laat voor correctie van de jaarrekening. Maar toch blijft het beste advies dat u zo snel mogelijk na de verrichting (of zelfs ervoor) navraagt wat de boekhoudkundige gevolgen ervan zijn.
Het college heeft vervolgens 2 maanden tijd om op uw concrete vraag te antwoorden. De rulings zullen trouwens ook anoniem gepubliceerd worden.

En wat is die ruling nu waard?

Er is een groot verschil met fiscale rulings: de Dienst Voorafgaande Beslissingen is eigenlijk een onderdeel van de FOD Financiën en hun rulings zijn bindend voor henzelf. De CBN daarentegen is geen overheidsinstelling maar een orgaan dat gefinancierd wordt door de ondernemingen. Daarom kan een IBB niet meer zijn dan een advies. Met andere woorden: u kan het advies naast u neerleggen, maar ook een rechter zou - als er discussie ontstaat - het IBB naast zich neer kunnen leggen. De kans dat dat gebeurt is klein want de visie van de CBN wordt door iedereen binnen de sector wel als richtlijn aanvaard, maar het is niet onmogelijk.

Nieuws

Als u als bedrijfsleider een lening krijgt van uw eigen vennootschap, dan kijkt de fiscus of de interest die u betaalt, marktconform is. Die marktrente wordt jaarlijks vastgelegd. De vraag is of het forfaitair berekende voordeel zonder meer geaccepteerd moet worden.

Naar goede traditie worden tegen het einde van het jaar de prijzen gepubliceerd voor de openbaarmaking van de jaarrekening in de loop van het volgend jaar. Deze prijzen zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen en daarom is de neerlegging van de jaarrekening in 2020 enkele eurootjes duurder dan in 2019.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2019 weer een beetje omhoog en dat is goed nieuws voor wie een bedrijfswagen heeft.