Invordering van fiscale schulden: nieuwe regels vanaf 2020

De invordering van fiscale en enkele bijzondere niet-fiscale schulden werd zopas in een nieuw wetboek gegoten. Door de harmonisering van de regels van de verschillende betrokken belastingen kan de fiscus sneller en efficiënter invorderen. Maar er zitten enkele addertjes onder het gras.

Als de belastingheffing niet meteen lukt...

De invordering van belasting bevindt zich in de fase waar het eigenlijk al wat fout gelopen is. De belastingplichtige heeft niet meteen betaald ... Hoe kan de Schatkist de hand leggen op wat haar toekomt?
Tot nog toe waren er voor de verschillende belastingen evenveel verschillende regels waarbij de fiscus voor de invordering van de ene belasting al eens wat verder kon gaan dan voor de andere.
De fiscus beschikt over enkele bijzondere trucjes om belastingen te innen. Een typisch voorbeeld is dat van de hoofdelijke aansprakelijkheid van een bedrijfsleider voor schulden van de vennootschap voor bedrijfsvoorheffing en btw: heeft de vennootschap de ingehouden bedrijfsvoorheffing of de verschuldigde btw niet doorgestort, dan kan de fiscus naar de bedrijfsleider stappen en de verschuldigde sommen daar komen halen.

Harmonisatie = meer rechten voor de fiscus?

De regels inzake invordering worden nu (bijna) allemaal samengebracht in 1 wetboek en waar mogelijk “geharmoniseerd”. Het gaat om de minnelijke invorderingsprocedures (zoals de aanmaning tot betaling) en de gedwongen invorderingsprocedures (de vervolgingen en de verjaring).
De geviseerde belastingen zijn de inkomstenbelastingen, de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (de verkeersbelasting maar niet in Vlaanderen want het Vlaams Gewest heeft zijn eigen regels inzake invordering), de btw, bepaalde diverse rechten en taksen (zoals de verzekeringstaks) en het rolrecht. Ook de “bijbehoren” van deze belastingen (zoals nalatigheidsinteresten, administratieve sancties en vervolgingskosten) vallen onder het nieuwe wetboek.

Op zich is harmonisatie een positief gegeven. Maar een gevolg is dat sommige van de bovenvermelde “trucjes” van de Schatkist ook van toepassing worden in situaties waar dat vroeger niet het geval was.
Een frappant voorbeeld daarvan is de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de fiscale schulden van aannemers. Als uw onderneming door een aannemer bouwwerkzaamheden laat verrichten, dan kan u onder omstandigheden aansprakelijk zijn voor de fiscale schulden van die aannemer. Dat gold tot nog toe enkel voor de schulden inzake inkomstenbelastingen en btw. Maar voortaan kan men ook voor andere fiscale schulden van de aannemer bij u aankloppen.
De aansprakelijkheid van bedrijfsleiders voor de betaling van btw en bedrijfsvoorheffing door de vennootschap blijft wel beperkt tot enkel die 2 belastingen.

De harmonisatie kan ook omgekeerd werken: als het duidelijk is dat een belastingplichtige nooit nog zijn verschuldigde belasting zal kunnen betalen, dan kan de Schatkist die schuld niet kwijtschelden (de Grondwet staat dat niet toe). Maar de fiscus kan die belastingplichtige wel “onbeperkt uitstel van betaling” verlenen. Welnu, dit kon tot nog toe enkel in inkomstenbelastingen en btw. Door de harmonisatie wordt dit nu uitgebreid tot alle gedekte belastingen.

Een nieuw begrip: de medeschuldenaar

Het nieuwe wetboek voert een interessant nieuw begrip in: de medeschuldenaar. Een medeschuldenaar is een persoon of onderneming die medeaansprakelijk is voor een fiscale schuld maar toch niet in het kohier werd opgenomen. Wanneer gebeurt zoiets ?

als iemand als mededader is veroordeeld voor fraude of

bij schulden van een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid (de vennoten zijn dan aansprakelijk) of

onder bepaalde omstandigheden bij een overname van een handelszaak (de overnemer is aansprakelijk).

Als u niet bent vermeld in het “kohier”, dan heeft u eigenlijk geen weet van de belasting die op u afkomt. Door de invoering van dit begrip krijgt u als medeschuldenaar de mogelijkheid uzelf te verdedigen op dezelfde manier als de belastingplichtige met respect voor alle wettelijke termijnen. U kan bijvoorbeeld voortaan nog bezwaar indienen en wel te rekenen vanaf de aanmaning tot betaling.

Maar er is een keerzijde aan de medaille: de Schatkist kan nu ook ten aanzien van die medeschuldenaar dezelfde rechten laten gelden als ten aanzien van de échte belastingschuldige. Dat betekent soms een uitbreiding van haar rechten. Zo is het voortaan mogelijk dat als een overleden persoon nog een belastingschuld heeft waarvoor de erfopvolgers moeten opdraaien, de Schatkist een wettelijke hypotheek vestigt op de goederen van de erfopvolgers voor de betaling van die schuld.

Het nieuwe Invorderingswetboek treedt in principe pas in werking op 1 januari 2020. De procedures die al gestart werden onder de huidige regeling blijven daar ook verder onder vallen.

Nieuws

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Zoals inkomsten na de stopzetting van uw activiteit nog belastbaar kunnen zijn tot lang nadat u gestopt bent, zo kunnen ook kosten na de stopzetting nog aftrekbaar zijn. Het Hof van Beroep van Gent mocht zich in een bepaalde casus uitspreken over tal van kosten en uitgaven die nog na de stopzetting werden gedragen. Een bijzonder interessante casus!

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?