Rentevoet nalatigheidsinteresten en moratoriuminteresten voor 2019

Sinds vorig jaar wordt het tarief van de nalatigheidsinteresten bepaald in functie van de lineaire obligaties op 10 jaar en is er niet langer sprake van een vast tarief in fiscale zaken. Voor het kalenderjaar 2019 is de rentevoet van de nalatigheidsinteresten vastgelegd op 4%; de rentevoet van de moratoriuminteresten bedraagt 2%.

Wanneer zijn nalatigheidsinteresten verschuldigd?

Nalatigheidsinteresten zijn verschuldigd door belastingplichtigen bij niet-betaling van de verschuldigde belasting binnen de wettelijke termijnen.

Welke rentevoet?

Tot en met 31 december 2017 was een vast tarief van 7% van toepassing.

Sinds 1 januari 2018 wordt de rentevoet jaarlijks aangepast aan het gemiddelde van de referte-indexen J met betrekking tot de lineaire obligaties op 10 jaar van de maanden juli, augustus en september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de nieuwe rentevoet van toepassing zal zijn, en dit in een marge begrepen tussen 4% en 10% per jaar. Voor het kalenderjaar 2019 is de rentevoet van de nalatigheidsinteresten vastgelegd op 4%. De FOD Financiën publiceert nu jaarlijks in het laatste trimester een bericht in het Belgisch Staatsblad met de nieuwe rentevoet die van toepassing wordt in het volgende kalenderjaar.

De rentevoet van de nalatigheidsinteresten is van toepassing bij niet-betaling van de belastingen uit het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijke belastingen: de personenbelasting, de vennootschapsbelasting en de rechtspersonenbelasting, de belasting van niet-inwoners, de voorheffingen, de verkeersbelasting op de autovoertuigen, de belasting op de spelen en de weddenschappen, de belastingen op de automatische ontspanningstoestellen, de belasting en de aanvullende belasting op de deelname van de werknemers in de winst of in het kapitaal van de vennootschap.
De btw en de diverse rechten en taksen worden hier niet geviseerd.

Wanneer zijn moratoriuminteresten verschuldigd?

Moratoriuminteresten zijn verschuldigd door de Staat bij terugbetaling van belastingen, voorheffingen, voorafbetalingen, nalatigheidsinteresten, belastingverhogingen of administratieve boeten. Een moratoriuminterest kan ook worden toegekend wanneer de Staat een met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belasting terugbetaalt.

De toekenning van moratoriuminteresten is sinds vorig jaar onderworpen aan een nieuwe en voorafgaande voorwaarde nl. de verzending van een ingebrekestelling door de belastingschuldige aan de FOD Financiën om de betaling ervan te vragen. Moratoriuminteresten zijn dus niet langer van rechtswege verschuldigd.

De ingebrekestelling tot betaling van de moratoriuminteresten wordt verzonden aan de administratie wanneer de termijn voor de terugbetaling verlopen is. Ze kan gebeuren via een aanmaning bij gewone brief, via een bezwaar of via een dagvaarding.

Er zijn geen moratoriuminteresten verschuldigd wanneer die geen 5 euro per maand bedragen per aanslag, voor eenzelfde aanslagjaar, of wanneer de administratie geen identiteitgegevens of bankgegevens van de belastingplichtige heeft waardoor de administratie dus niet kan overgaan tot terugbetaling.

Welke rentevoet?

De rentevoet inzake moratoriuminteresten is gelijk aan de vastgestelde rentevoet inzake nalatigheidsinteresten, verminderd met twee procentpunten. Voor het kalenderjaar 2018 en het kalenderjaar 2019 is de rentevoet dus 2%.

Nieuws

De ‘milde toepassing’ van de 80%-grens, zoals de belastingadministratie die toepaste voor de premies van 2020, wordt verlengd voor de premies van 2021. De administratie kondigde dit aan in een circulaire van 10 juni 2021. Wat houdt die versoepeling precies in?

Midden 2020 pakte de regering uit met de consumptiecheque. De werkgever mocht zijn personeel een bonus geven, vrij van belastingen en sociale zekerheid, tot maximum 300 euro. Een jaar later komt er een heruitgave van deze bonus (nu heet die ‘coronapremie’), maar ook aan de consumptiecheque wordt noodgedwongen nog wat gesleuteld.

Voor een ondernemer is de revalorisatiecoëfficiënt van het kadastraal inkomen (kortweg KI) relevant in twee specifieke situaties: als hij als particulier een woning verhuurt aan een onderneming en als hij als bedrijfsleider een woning verhuurt aan zijn eigen onderneming.