Administratief dwangbevel in btw verdwijnt

De uitvoerbare titel inzake btw wordt geautomatiseerd. De Regering wijzigt hiertoe het Btw-Wetboek. In de huidige stand van de wetgeving is deze uitvoerbare titel het "administratief dwangbevel".

Elektronisch innings- en invorderingsregister in de maak

Elke onbetaalde fiscale schuld die momenteel het voorwerp uitmaakt van een administratief dwangbevel, uitgevaardigd door de ontvanger van de btw, geviseerd en
uitvoerbaar verklaard door de adviseur-generaal van de btw-administratie of door een door hem aangewezen ambtenaar, zal in de toekomst door de taxatiediensten opgenomen worden in een elektronisch innings- en invorderingsregister.

De innings- en invorderingsregisters zullen dus opgemaakt en uitvoerbaar verklaard worden door de administrateur-generaal van de btw of door de door hem gemachtigde ambtenaar. De ontvanger belast met de invordering van een btw-schuld is dus niet langer verplicht om de uitvoerbare titel op te stellen.

Uitvoerbare titel voor de invordering van fiscale schulden

Het innings- en invorderingsregister, dat een authentieke akte is, zal in de plaats van het dwangbevel het administratieve “privilège du préalable” (het vermoeden van wettigheid) en het “privilège de l'exécution d'office” (de uitvoering van ambtswege) uitdrukken.
Net als het dwangbevel maakt het innings- en invorderingsregister dus de uitvoerbare titel uit voor de invordering van de fiscale schuld en concretiseert het de schuld.

In tegenstelling tot het dwangbevel, dat een individuele uitvoerbare titel is, is het innings- en invorderingsregister een algemene lijst die periodiek en op een geautomatiseerde manier wordt opgemaakt, en die de identificatie van de verschillende belastingschuldigen én het bedrag van de belasting, interesten, fiscale boeten en toebehoren bevat die nog door elk van hen zijn verschuldigd.
Het gaat dus in beginsel om een algemene uitvoerbare titel aangezien het de fiscale schulden van verschillende belastingschuldigen bevat, zelfs al verhindert niets dat een innings- en invorderingsregister in bijzondere omstandigheden slechts een enkele
fiscale schuld bevat.

Bij niet-betaling van fiscale schulden

De opname van de fiscale schuld in een innings- en invorderingsregister zal, omdat het een uitvoerbare titel vormt die vervolgingen toelaat, zoals in het verleden, plaatsvinden bij niet-betaling van deze schuld.

Tot slot laat het wetsontwerp toe om een onderscheid te maken tussen de bestuurshandelingen die deel uitmaken van de vestiging van de btw en deze die betrekking hebben op de invordering. Het geeft uitvoering aan het principe van het onderscheid tussen de ordonnateur (die de belasting vaststelt) en de rekenplichtige van de Staat, dat in de 'wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat' wordt vooropgesteld.

In werking?

Het 'wetsontwerp over de automatisering van de uitvoerbare titel inzake btw' is door de Regering op 26 september 2018 ingediend in de Kamer.
Ze zou in werking treden op 1 april 2019.
De Koning kan een eerdere datum van inwerkingtreding bepalen.
De nieuwe wet bevat overgangsmaatregelen.

Nieuws

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Zoals inkomsten na de stopzetting van uw activiteit nog belastbaar kunnen zijn tot lang nadat u gestopt bent, zo kunnen ook kosten na de stopzetting nog aftrekbaar zijn. Het Hof van Beroep van Gent mocht zich in een bepaalde casus uitspreken over tal van kosten en uitgaven die nog na de stopzetting werden gedragen. Een bijzonder interessante casus!

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?