Wijziging afsluitdatum boekjaar vennootschappen

Wanneer er nieuwe wetgeving aankomt, hebben heel wat vennootschappen de neiging hun boekjaar aan te passen. Zo hopen ze bv. langer van de oude gunstigere regels te genieten en de toepassing van de strengere nieuwe regels uit te stellen. Om dit tegen te gaan voegt de wetgever aan nieuwe fiscale regels steeds vaker een antimisbruikregel toe, waardoor de wijziging van het boekjaar geen effect heeft voor de inwerkingtreding van de nieuwe regels

Aanpassen afsluitdatum boekjaar

Een vennootschap kan om verschillende redenen de afsluitdatum van haar boekjaar wijzigen en haar boekjaar verkorten of net verlengen. Zo zal een verkort boekjaar dat bv. op 30 september 2018 wordt afgesloten in plaats van op 31 december 2018, nog  onder aanslagjaar 2018 vallen en niet onder aanslagjaar 2019.

De verkorting/verlenging is fiscaal geïnspireerd als ...

de vennootschap langer van een gunstigere oude regeling wil genieten, wanneer de fiscale wetgever heeft aangekondigd dat de regels zullen verstrengen.

de vennootschap  sneller van nieuwe positieve maatregelen wil genieten. 

Fiscus houdt er niet van

De fiscus houdt er niet van dat ondernemingen op die manier proberen fiscale regelgeving (tijdelijk) te omzeilen. Daarom staat er in fiscale wetten steeds vaker een antimisbruikregeling om deze werkwijze tegen te gaan. De standaardformule luidt dat 
“iedere wijziging van de afsluitingsdatum van het boekjaar (waarover vanaf een bepaalde datum beslist wordt) zonder uitwerking blijft voor de toepassing van de nieuwe wettelijke bepalingen.”

Dit betekent dat de wijziging door de fiscus genegeerd kan worden. De fiscus past de nieuwe regels gewoon toe alsof de vennootschap de afsluitdatum van haar boekjaar niet heeft gewijzigd.

Ook als de wijziging van de afsluitdatum niet fiscaal gemotiveerd is, wordt de antimisbruikregel toegepast.

Werd er al eerder over de wijziging van de afsluitdatum beslist is er geen probleem.

Voorbeeld

De NV Succes beslist op 10 september de afsluitdatum voor dit boekjaar te vervroegen tot 30 oktober. Op 15 oktober publiceert het Staatsblad een nieuwe fiscale wet waarin staat dat iedere wijziging van de afsluitingsdatum van het boekjaar waarover beslist wordt vanaf 27 september zonder uitwerking blijft voor de toepassing van de nieuwe wettelijke bepalingen. De wijziging van afsluitdatum door NV Succes wordt niet geviseerd. De fiscus zal de nieuwe afsluitdatum respecteren.

Onvrijwillige wijziging afsluitdatum

Wat als de vennootschap niet kiest voor wijziging van de afsluitdatum?

Voorbeeld

Het boekjaar van de bvba Nix valt steeds samen met het kalenderjaar. In 2018 gaat de bvba echter failliet. De vereffening wordt afgesloten in de loop van het boekjaar 2018 (bv. op 28 oktober 2018). Het verkorte boekjaar 2018 zal dan onder aanslagjaar 2018 vallen en niet onder aanslagjaar 2019. De afsluitdatum is dus anders dan andere jaren, maar de bvba heeft daar niet zelf voor gekozen.

De minister van Financiën bevestigt dat ook in dit geval de antimisbruikregeling gewoon wordt toegepast.

Complexe gevolgen

De gevolgen van deze regels zijn verregaand en complex. Zo werd deze bepaling ook opgenomen in de wetgeving die de vennootschapsbelasting hervormt. Maar die hervorming behelst niet één enkele regel, maar een heel scala aan regels die betrekking hebben op het tarief, op de belastbare grondslag, ...

Nieuws

De ‘milde toepassing’ van de 80%-grens, zoals de belastingadministratie die toepaste voor de premies van 2020, wordt verlengd voor de premies van 2021. De administratie kondigde dit aan in een circulaire van 10 juni 2021. Wat houdt die versoepeling precies in?

Midden 2020 pakte de regering uit met de consumptiecheque. De werkgever mocht zijn personeel een bonus geven, vrij van belastingen en sociale zekerheid, tot maximum 300 euro. Een jaar later komt er een heruitgave van deze bonus (nu heet die ‘coronapremie’), maar ook aan de consumptiecheque wordt noodgedwongen nog wat gesleuteld.

Voor een ondernemer is de revalorisatiecoëfficiënt van het kadastraal inkomen (kortweg KI) relevant in twee specifieke situaties: als hij als particulier een woning verhuurt aan een onderneming en als hij als bedrijfsleider een woning verhuurt aan zijn eigen onderneming.