Het klein beschrijf verdwijnt in Vlaanderen

Bij de aankoop van een woning betaalt u registratiebelasting. In Vlaanderen bedraagt die 10 %. Voor woningen met een kadastraal inkomen lager dan 745 euro wordt het tarief verlaagd tot 5 %. Dat is bekend als het ‘klein beschrijf’. Dit onderscheid zal binnenkort verdwijnen, dat heeft de Vlaamse regering aangekondigd.

Tot nu: het KI als basis

Tot nu toe werd het tarief van de registratiebelastingen bepaald door het kadastraal inkomen (KI) van de woning. Voor een 'kleine' woning met een KI lager dan 745 EUR betaalt u 5 % belasting op de aankoopprijs van de woning. Als het KI hoger ligt, betaalt u het standaardtarief van 10 %.

De Vlaamse Regering wil echter af van het gebruik van het kadastraal inkomen als basis om het tarief te bepalen. Dit vooral omdat het KI (dat eigenlijk een fictieve huurwaarde van een woning vertegenwoordigt) verouderd is. Het werd vanaf de jaren zeventig vastgesteld, maar een algemene herziening is nooit gebeurd. Daardoor hebben veel woningen een KI dat helemaal niet meer overeenkomt met hun werkelijke waarde.

Binnenkort: één vast tarief voor gezinswoning

Het KI wordt daarom binnenkort niet meer gebruikt om het tarief te bepalen. In de plaats daarvan komt er één uniform tarief van 7 %. Daarmee verdwijnt het klein beschrijf in Vlaanderen. Dit nieuwe tarief zal enkel gelden voor gezinswoningen, voor andere onroerende goederen blijft het tarief 10 %.

Wanneer spreken we van de aankoop van een gezinswoning?

Het moet gaan om een zuivere aankoop.

De belastingplichtige mag nog geen andere woning in eigendom hebben.

De koper moet de bedoeling hebben om zijn hoofdverblijfplaats te vestigen in de woning. 

Wie al een eigen gezinswoning heeft, kan toch een nieuwe woning aankopen aan 7% op voorwaarde dat de huidige gezinswoning binnen een termijn van één jaar wordt verkocht en er dus nog slechts één woning in eigendom blijft waar men de hoofdverblijfplaats zal vestigen.

Daarnaast wordt er een extra voordeel ingevoerd: gezinswoningen tot en met 200.000 euro krijgen een vrijstelling van 80.000 euro. Dat wil zeggen dat u op de eerste 80.000 euro geen registratierechten moeten betalen. Op een woning van 190.000 euro betaalt u dus geen 13.300 euro (7 % van 190.000), maar slechts 7.700 euro (7 % op 110.000). Dat geeft een direct voordeel van 5.600 euro (7 % van 80.000). Daarmee worden kleinere (lees goedkopere) gezinswoningen toch nog enigszins bevoordeeld.

Voor gezinswoningen gelegen in de Vlaamse kernsteden en de Vlaamse Rand wordt het grensbedrag met 10 % verhoogd tot 220.000 euro . De vrijstelling zelf blijft hier ook 80.000 euro.

Meeneembaarheid en abattementen

De meeneembaarheid blijft behouden en het maximum plafond van 12.500 euro wordt geïndexeerd. U kan de meeneembaarheid combineren met dit tarief van 7 %.
Bestaande abattementen verdwijnen.

Vanaf wanneer?

De beslissing om de regels te wijzigen is formeel genomen door de Vlaamse regering, maar moet nu nog in echte wetteksten (decreet) gegoten worden en aan het Vlaams Parlement worden voorgelegd. Er kunnen dus nog kleine wijzigingen gebeuren.
In het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest veranderen de regels niet.

Nieuws

Als u als bedrijfsleider een lening krijgt van uw eigen vennootschap, dan kijkt de fiscus of de interest die u betaalt, marktconform is. Die marktrente wordt jaarlijks vastgelegd. De vraag is of het forfaitair berekende voordeel zonder meer geaccepteerd moet worden.

Naar goede traditie worden tegen het einde van het jaar de prijzen gepubliceerd voor de openbaarmaking van de jaarrekening in de loop van het volgend jaar. Deze prijzen zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen en daarom is de neerlegging van de jaarrekening in 2020 enkele eurootjes duurder dan in 2019.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2019 weer een beetje omhoog en dat is goed nieuws voor wie een bedrijfswagen heeft.