Bijstand bij invordering van belastingen in Europa

Soms moet een Europees land beroep doen op een ander land om belastingen in te vorderen, bv. wanneer de belastingschuldenaar zich in een andere Europese lidstaat bevindt. De Europese Commissie wil dit makkelijker maken.

Waarom is invorderingsbijstand nodig?

In een geglobaliseerde wereld is hulp bij invordering steeds meer nodig. Belastingplichtigen zijn niet langer aan één land gebonden, maar doen ook zaken in het buitenland. En behalen daar inkomsten. En hebben er ook belastingschulden. In dit artikel gaan we verder in op belastingplichtigen die een belastingschuld hebben in een andere lidstaat van de Europese Unie.

Enkele voorbeelden:

Een Belg heeft een onderneming in Frankrijk, maar woont in België. Hij heeft een btw-schuld in Frankrijk. De Franse fiscus doet beroep op de Belgische fiscus om de schuld in te vorderen.

Een Belg heeft fiscale schulden in België, maar heeft hier geen vermogen meer (bv. omdat hij zich bewust onvermogend heeft gemaakt). Hij heeft nog wel onroerend goed in Duitsland. De Belgische fiscus vraagt hulp aan de Duitse fiscus.

Er zijn steeds twee landen betrokken: de verzoekende staat die om bijstand vraagt, en de aangezochte staat die bijstand verleent.

Enkel voor niet-betwiste schulden

Een lidstaat kan enkel invorderingsbijstand vragen voor niet-betwiste belastingen. Als de belastingschuldige zijn schuld betwist kan de procedure niet worden toegepast. Meer zelfs, als de belastingplichtige na het verzoek alsnog betwist, worden de uitvoeringsmaatregelen geschorst. Het verzoekende land moet het aangezochte land onmiddellijk verwittigen als er een nieuwe betwisting aanhangig wordt gemaakt.

Bewarende maatregelen vragen

De verzoekende lidstaat kan de aangezochte staat wel vragen om intussen al bewarende maatregelen te nemen.  Zo zorgen ze er voor dat de latere invordering niet in gevaar komt.  De belastingschuldige kan deze bewarende maatregelen op zich ook betwisten bij de aangezochte lidstaat. In sommige gevallen kunnen bewarende maatregelen enkel opgelegd worden, als er in de aangezochte staat een bijzondere toelatingsprocedure wordt gevolgd.
Om alles goed te laten verlopen, is het essentieel dat de verzoekende staat duidelijk uiteenzet waarom de bewarende maatregelen noodzakelijk zijn. Om de omstandigheden toe te lichten die deze maatregel rechtvaardigen werd er een Europees standaardformulier uitgewerkt. Het gebruik is niet verplicht, maar wel aangewezen.

Belastingplichtige moet weten dat hij belastingschuld heeft

Een belastingplichtige kan natuurlijk enkel schulden betalen waarvan hij weet dat hij ze heeft. Het kan voorkomen dat een belastingplichtige (beweert dat hij door het verzoekende land) nooit op de hoogte is gesteld van zijn belastingschuld. Ook daarvoor kan de verzoekende staat hulp vragen. De aangezochte staat stelt de belastingplichtige dan op de hoogte door de nodige documenten te betekenen. De aangezochte lidstaat laat daarna aan het verzoekende land weten hoe ze deze notificatie gedaan hebben.

Een uniforme titel

Het verzoekende land moet bij een verzoek om bijstand een uniforme titel opstellen. In die uniforme titel staan de essentiële vermeldingen uit de oorspronkelijke uitvoerbare titel die in het verzoekende land werd gebruikt (bv. een Belgisch dwangbevel). Bedoeling is om problemen inzake erkenning en uitvoerbaarverklaring in andere lidstaten te vermijden en een automatische vertaling mogelijk te maken.

Het kan natuurlijk dat het verzoekende land geen hulp nodig heeft voor alle vorderingen die in de oorspronkelijke uitvoerbare titel staan, bijvoorbeeld omdat een deel al geïnd is. In dat geval moet enkel die vordering die nog relevant is in de uniforme titel vermeld worden.
Als er in de oorspronkelijke titel verschillende soorten belastingen worden vermeld (bv. btw en inkomstenbelastingen), mogen die opgesplitst worden in twee aparte uniforme titels om het zo voor de aangezochte staat duidelijker te maken.

Nieuws

De ‘milde toepassing’ van de 80%-grens, zoals de belastingadministratie die toepaste voor de premies van 2020, wordt verlengd voor de premies van 2021. De administratie kondigde dit aan in een circulaire van 10 juni 2021. Wat houdt die versoepeling precies in?

Midden 2020 pakte de regering uit met de consumptiecheque. De werkgever mocht zijn personeel een bonus geven, vrij van belastingen en sociale zekerheid, tot maximum 300 euro. Een jaar later komt er een heruitgave van deze bonus (nu heet die ‘coronapremie’), maar ook aan de consumptiecheque wordt noodgedwongen nog wat gesleuteld.

Voor een ondernemer is de revalorisatiecoëfficiënt van het kadastraal inkomen (kortweg KI) relevant in twee specifieke situaties: als hij als particulier een woning verhuurt aan een onderneming en als hij als bedrijfsleider een woning verhuurt aan zijn eigen onderneming.