Wat brengt 2018 op fiscaal vlak: beleidsnota minister van Financiën

In oktober stelden de ministers hun beleidsnota’s voor 2018 voor in het parlement. Ook Johan Van Overtveldt stelde zijn beleidsnota Financiën voor. Volgend jaar staat er fiscaal heel wat te gebeuren. Natuurlijk is er de al veel besproken hervorming van de vennootschapsbelasting, maar daarnaast staat er nog een heel scala aan andere fiscale maatregelen op het programma. Een kort overzicht.

Maatregelen voor werkende mensen

In vrijetijdswerk en in de non-profitsector mag iedereen die al 4/5 werkt of gepensioneerd is tot 6.000 EUR per jaar belastingvrij bijverdienen. Let op: u mag die 6.000 EUR niet in één keer verdienen: er geldt een maximum van 1.000 EUR per maand.

Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid om een flexijob uit te oefenen uitgebreid. Bijklussen was eerst enkel mogelijk in de horeca, daar komt nu de volledige detailhandel bij (bv. krantenwinkel, kapper, bakker).

Voor wie het beroepskostenforfait gebruikt is er goed nieuws. Het maximum wordt opgetrokken tot 4.500 EUR. Ook voor zelfstandigen zal vanaf 2018 dat maximum gelden. Wie wil kan natuurlijk nog altijd zijn hogere werkelijke kosten bewijzen.

Werknemers met een bedrijfswagen (een salariswagen) krijgen de mogelijkheid hun wagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget. Bij de berekening van de vergoeding wordt rekening gehouden met de cataloguswaarde van de ingeleverde bedrijfswagen (met indexatie), de tankkaart, en of de werknemer een bijdrage betaalde voor eigen gebruik.

Het participatieplan wordt aantrekkelijker gemaakt. Het wordt interessanter voor ondernemingen om hun werknemers te laten delen in de winst.

Pensioenen

Tot nu toe waren zelfstandigen beperkt in hun mogelijkheden om op een fiscaal gunstige manier een spaarpotje aan te leggen voor na hun pensioen: naast hun   wettelijk pensioen, is er enkel nog het (beperkt) vrij aanvullend pensioen zelfstandigen (VAPZ). Vanaf 2018 kunnen ook zij een extralegaal pensioen opbouwen zoals de bedrijfsleiders in een vennootschap dat kunnen met een groepsverzekering of individuele pensioentoezegging. Ze zullen een premie kunnen betalen die net als bij bedrijfsleiders afhankelijk zal zijn van de hoogte van het belastbaar inkomen. Het plafond is ook hier de 80 %-grens: het extralegaal pensioen (omgerekend op jaarbasis) mag samen met het wettelijk pensioen niet hoger zijn dan 80 % van het laatste jaarinkomen. Bij een zelfstandige zal het gemiddelde inkomen van de laatste drie jaar gelden. De premie geeft recht op een belastingvermindering van 30 %, de latere uitkering van het gespaarde eindkapitaal wordt belast (een riziv-bijdrage van 3,55 %, een solidariteitsbijdrage van 2 %, en een belasting van 10%).

Financiële producten

Ondertussen is het welbekend dat er een abonnementstaks op effectenrekeningen komt, voor wie meer dan 500.000 EUR aan effecten heeft.  Tarief van deze jaarlijkse heffing is 0,15%.

Daarnaast komt er een meerwaardebelasting bij obligatiefondsen.

Ten slotte zal het tarief van de beurstaks stijgen naar 0,35 % (vroeger tarief: 0,27 %). Voor beursverrichtingen die onder het verlaagd tarief vallen (zoals obligaties en kasbons) wordt de taks verhoogd van 0,09 % tot 0,12 %.

Strijd tegen fiscale fraude

In de beleidsnota staan ook heel wat nieuwe maatregelen om de aanhoudende strijd tegen fiscale fraude efficiënter te maken:

Buitenlands vermogen: de FOD Financiën wil de internationale  uitwisseling over vermogen dat personen in het buitenland bezitten, verbeteren. De nu al bestaande internationale akkoorden zullen worden aangepast, en nieuwe akkoorden zullen worden gesloten.

Aanpassing kaaimantaks: de kaaimantaks moet efficiënter worden, o.a. door het toepassingsgebied uit te breiden.

De strijd tegen witwassen wordt opgevoerd.

Modernisering FOD Financiën

Ten slotte is er een plan klaar om de FOD Financiën te moderniseren.

Nieuws

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Zoals inkomsten na de stopzetting van uw activiteit nog belastbaar kunnen zijn tot lang nadat u gestopt bent, zo kunnen ook kosten na de stopzetting nog aftrekbaar zijn. Het Hof van Beroep van Gent mocht zich in een bepaalde casus uitspreken over tal van kosten en uitgaven die nog na de stopzetting werden gedragen. Een bijzonder interessante casus!

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?