Al gehoord van het nieuwe kmo-instrument van Finexpo?

Sinds juli 2017 beschikt Finexpo over het nieuwe "kmo-instrument" dat kmo's moet ondersteunen bij de export. Het betreft een gift van een bedrag voor de eerste export van een product aan een publieke klant in een ontwikkelingsland. Enkel projecten van Belgische kmo's met een voldoende Belgisch belang kunnen op dit instrument een beroep doen.

Export van Belgische kapitaalgoederen en aanverwante diensten

Finexpo is een interministerieel raadgevend comité van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en de Federale Overheidsdienst Financiën. De naam Finexpo is de samentrekking van twee sleutelwoorden: financiering en export.
Finexpo behandelt dossiers van ondernemingen en/of banken die overheidssteun vragen voor hun exportkrediet. Met de hulp van Finexpo kunnen zij projecten realiseren in ontwikkelingslanden en zo bijdragen tot de groei van die landen.
De aard van het project, het land waarnaar men wil exporteren en de voorkeur van de exporteur/bank bepalen het instrument: intereststabilisatie, interestbonificatie met of zonder gift, gift, technische assistentie, gemengd krediet (lening van staat tot staat gecombineerd met een commercieel krediet), lening van staat tot staat ongebonden en sinds kort ... het kmo-instrument.

Voor kmo's met innovatief product

Het "kmo-instrument" richt zich op Belgische kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) volgens de Europese definitie:

minder dan 250 personeelsleden; en

een jaaromzet van maximaal 50 miljoen EUR; of

een jaarlijks balanstotaal van maximaal 43 miljoen EUR; en

niet meer dan 25% van de onderneming mag in handen zijn van een onderneming die niet aan de kmo-definitie voldoet.

Enkel Belgische kmo's met een voldoende Belgisch belang (30% of 50%) komen in aanmerking.
Belangrijk om weten is dat Finexpo zich enkel richt op kapitaalgoederen (zoals machines en apparatuur) die volledig functioneel zijn. M.a.w. producten in een testfase zijn uitgesloten.
Deze producten moeten ook innovatief zijn. Producten die met publieke innovatiesteun werden ontwikkeld, worden sowieso als innovatief erkend binnen Finexpo.

De steun mag slechts eenmaal voor eenzelfde product worden aangevraagd en het moet gaan over de eerste export van een product naar een ontwikkelingsland. Het product moet relevant zijn voor de ontwikkeling van het betrokken land.

Het bedrag van de gift onder dit instrument varieert tussen de 80,01% en 100% van de contractwaarde. De grootte van het Belgisch belang bepaalt de hoogte van de steun:

minimaal Belgisch belang: 50% => maximum contractbedrag = 874.000 EUR en maximum giftbedrag = 700.000 EUR

minimaal Belgisch belang: 30% => maximum contractbedrag = 624.000 EUR en maximum giftbedrag = 500.000 EUR

De cliënt moet een publieke entiteit zijn (geen privaat bedrijf).

Ministerraad beslist

Wil u een beroep doen op dit instrument, dan moet u aan de hand van een vragenlijst een dossier samenstellen én een aanvraagformulier van Finexpo invullen (https://diplomatie.belgium.be => beleid => Economische diplomatie => Exportfinanciering).
Het Comité Finexpo onderzoekt uw dossier en geeft advies aan de staatssecretaris bevoegd voor Buitenlandse Handel. Die legt het dossier voor aan de Ministerraad die beslist om de steun al dan niet toe te kennen. De steun wordt enkel toegestaan na gunstig advies van de Belgische ambassade van het land waar het project zal doorgaan.
De positieve beslissing van de ministerraad wordt omgezet in een belofte dat de staatsinterventie garandeert voor één jaar (verlenging mogelijk).
Let op. Het commercieel contract mag niet zijn getekend alvorens de steunaanvraag door de ministerraad wordt goedgekeurd.

Nieuws

Nadat het Grondwettelijk Hof de regeling voor 'het belastingvrij bijklussen' eind 2020 vernietigde, werd een nieuw en specifieke belastingregeling ingevoerd voor de diensten (en dus niet voor de verkoop van goederen) die een particulier aan een andere particulier levert door tussenkomst van een erkend elektronisch platform. De administratie heeft in de loop van mei daar in circulaire 2021/C/44 wat toelichting bij gegeven.

Als u materiaal aanbiedt aan uw medewerkers om te kunnen werken, dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel beschouwt de fiscus het als kosten eigen aan de werkgever (en dan is het niet belastbaar voor de werknemer), ofwel als voordeel van alle aard (en dan is het uiteraard wel belastbaar). Pc’s en smartphones vallen onder die laatste categorie. Maar wat met de accessoires ervan?

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.