Oldtimers: hoe zit het fiscaal?

Oldtimers hebben een bijzonder fiscaal statuut. Dat weet u allicht. U moet er wel rekening mee houden dat u een oldtimer niet voor alles mag gebruiken. Naar gelang uw plannen met het voertuig, zal u het voertuig al dan niet als ‘oldtimer’ moeten inschrijven. Wij wijzen alvast op enkele aandachtspunten.

Wat is een oldtimer ?

Een oldtimer is een voertuig dat al minstens 25 jaar (Vlaams Gewest en Brussels Hoofdstedelijk Gewest) of 30 jaar (Waals Gewest) oud is. Dit wil zeggen: 25/30 jaar geleden voor het eerst werd ingeschreven om te gebruiken op de openbare weg. Deze wagens krijgen een speciale nummerplaat die met een 'O' begint. Europa legt vanaf 2018 echter op dat de minimumleeftijd van een oldtimer 30 jaar bedraagt. In Vlaanderen zou de wet nog dit jaar aan dit criterium aangepast worden.

Oldtimers kunnen in de BIV (belasting op de inverkeerstelling die éénmalig wordt betaald bij het inschrijven van het voertuig) van een verlaagd tarief genieten. Ook voor de verkeersbelasting bestaat een verlaagd tarief.

De vroegere beperkingen (oldtimer enkel gebruiken binnen straal van 25 km of voor manifestaties) zijn niet meer van kracht. U mag dus steeds met de oldtimer rondrijden.

Geen professioneel gebruik

U mag de oldtimer echter niet gebruiken voor professionele doeleinden. U mag het voertuig dus  niet gebruiken voor uw beroep (commerciële activiteiten, bezoldigd vervoer). U mag de wagen evenmin gebruiken voor woon-werkverkeer.

Omdat de wagen niet professioneel gebruikt mag worden, kunnen de kosten ervan ook niet als beroepskost worden afgetrokken. Aan de cruciale voorwaarde - kosten gedaan om belastbaar inkomen te verwerven -  kan immers per definitie niet voldaan worden.

Inschrijven als oldtimer is niet verplicht

Als u de wagen wel commercieel wil inzetten (bv. als ceremoniewagen), moet u ervoor kiezen de wagen als gewone wagen in te schrijven. U rijdt dan niet met een O-nummerplaat en betaalt het gewone tarief in de BIV en verkeersbelasting in plaats van het verlaagd tarief.

De kosten worden dan wel aftrekbaar.

Als u via uw vennootschap een oldtimer koopt, die u vervolgens ook privé gaat gebruiken, moet u er wel rekening mee houden dat u een voordeel van alle aard verkrijgt. Hierop betaalt u gewoon belastingen, net zoals bij een gewone bedrijfswagen.

Nieuws

Als u als bedrijfsleider een lening krijgt van uw eigen vennootschap, dan kijkt de fiscus of de interest die u betaalt, marktconform is. Die marktrente wordt jaarlijks vastgelegd. De vraag is of het forfaitair berekende voordeel zonder meer geaccepteerd moet worden.

Naar goede traditie worden tegen het einde van het jaar de prijzen gepubliceerd voor de openbaarmaking van de jaarrekening in de loop van het volgend jaar. Deze prijzen zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen en daarom is de neerlegging van de jaarrekening in 2020 enkele eurootjes duurder dan in 2019.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2019 weer een beetje omhoog en dat is goed nieuws voor wie een bedrijfswagen heeft.