De interestvoeten voor 2017 op een rij

De wettelijke interestvoet die in burgerlijke en handelszaken wordt gebruikt, is tot 2% gedaald. In 2016 bedroeg die nog 2,25%. De meeste andere interestvoeten worden per semester of per maand vastgelegd. Een overzicht.

Burgerlijke en handelszaken: contractuele of wettelijke interestvoet

Als partijen afspraken maken over welke interest ze bij een laattijdige betaling zullen aanrekenen, dan wordt díe interestvoet toegepast.
Is er geen interestvoet afgesproken, dan geldt de wettelijke interestvoet. De wettelijke interestvoet bedraagt in 2017, 2%. Hij blijft het hele jaar door geldig en is van toepassing op burgerlijke zaken (dit zijn privézaken tussen natuurlijke personen en tussen rechtspersonen), en op handelszaken (dit zijn transacties tussen handelaars en particulieren).

Handelstransacties: halfjaarlijkse aanpassing van de interestvoet

De interestvoet die van toepassing is op achterstallige betalingen bij handelstransacties bedraagt 8% tussen 1 januari 2017 en 30 juni 2017 (eerste semester 2017). Deze interestvoet bleef lange tijd ongewijzigd. Hij bedroeg 8,5% van 1 juli 2013 tot 30 juni 2016. Sinds 1 juli 2016 is hij gedaald naar 8%.

Onder handelstransactie verstaan we: elke transactie, tegen betaling, tussen ondernemingen onderling (dus ook tussen vrije beroepers, zelfstandigen of non-profitbedrijven); of tussen ondernemingen en overheidsinstanties, als de overheidsinstantie de schuldenaar is en als de opdracht onder het regime van de 'kleine opdrachten' valt. D.w.z. dat het te betalen bedrag wordt geraamd op minder dan 8.500 euro of op minder dan 17.000 euro in geval van opdrachten in de sectoren water, post, energie of vervoer. Bovendien moet de transactie leiden tot het leveren van goederen; het verrichten van diensten; of het ontwerpen en uitvoeren van openbare werken en bouw- en civieltechnische werken.

Als er in de overeenkomst geen betalingstermijn werd afgesproken, dan moet de factuur binnen de 30 dagen worden betaald. Ondernemingen kunnen een langere betalingstermijn in hun contracten afspreken. Een termijn van 60 kalenderdagen is in vele sectoren aanvaardbaar.
Overheden zoals gemeenten, provincies, ocmw's en departementen, moeten zich in principe houden aan de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen.

Grote overheidsopdrachten

De interestvoeten bij grote overheidsopdrachten zijn voor het eerste semester van 2017 vastgelegd op respectievelijk:

8% voor overheidsopdrachten die vanaf 16 maart 2013 werden gesloten;

8% voor overheidsopdrachten die tussen 8 augustus 2002 en 15 maart 2013 werden gegund; en

een maandinterest voor overheidsopdrachten gegund vóór 8 augustus 2002 en aangekondigd vanaf 1 januari 1981.

Grote overheidsopdrachten zijn opdrachten waar het te betalen bedrag boven het drempelbedrag van 8.500 of 17.000 euro wordt geraamd.

Fiscale en sociale zaken: vast tarief

In fiscale zaken en in sociale zaken geldt er een vast tarief van 7%. Zelfs als de fiscale of sociale wetten naar de wettelijke interestvoet in burgerlijke en handelszaken verwijzen!
Nalatigheidsinteresten zijn verschuldigd bij niet-betaling van de verschuldigde belasting binnen de wettelijke termijnen.

Nieuws

Het standaardtarief van de investeringsaftrek bedroeg voor kmo’s 20% in 2018 en 2019. Vanaf aanslagjaar 2021 (wat meestal overeenkomt met investeringen in 2020) geldt terug het ‘oude’ standaardtarief van 8%.

Verbouwingswerken kunnen, mits naleving van een reeks voorwaarden, genieten van een btw-tarief van 6%. Professioneel gebruikte gebouwen kunnen niet van dat voordeeltarief genieten. Wat doen we dan met gemengd gebruikte gebouwen?

Toen midden maart de regering de eerste coronamaatregelen nam, waren die vooral bedoeld om de liquiditeitspositie van particulieren en bedrijven te vrijwaren. Naarmate de tijd vorderde en de pandemie afzwakte werden enkele tussenkomsten gestopt of afgezwakt. Andere maatregelen moesten de ondernemingen helpen bij de relance. Het uitstel van betaling van RSZ-bijdragen is één van het laatste type.