Nieuw type overeenkomst in Brussel: Stage eerste werkervaring

Hoe jongeren met gebrek aan ervaring en concrete vaardigheden aan een job helpen? In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan een jonge niet-werkende werkzoekende die zich na zijn studies heeft ingeschreven bij Actiris, sinds 1 januari 2017 een eerste werkervaring opdoen. De 'stage eerste werkervaring' is een stage van minimum drie en maximum zes maanden. De stage eerste werkervaring vervangt de instapstage in de ondernemingen. Elke werkgever kan de nieuwe stagevorm aanbieden.

Stageovereenkomst

De 'stage eerste werkervaring' is 'een stage waarbij een jonge niet-werkende werkzoekende die zich na zijn studies bij Actiris (de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling) heeft ingeschreven, een eerste werkervaring kan opdoen met de bedoeling de jongere, na de stage, rechtstreeks en duurzaam in te schakelen op de arbeidsmarkt door de belemmeringen op te heffen die hij zou ondervinden om toegang te vinden tot de arbeidsmarkt'.
 
De stage eerste werkervaring wordt geregeld door een stageovereenkomst, gesloten tussen de stagiair, de stagegever en Actiris. Het begeleidingsplan van de stagiair met informatie over de stagegever, de stagemodaliteiten en de verbintenissen van de partijen vormt een bijlage van de stageovereenkomst.

Stagevoorwaarden

De jongere moet bij aanvang van de stage voldoen aan alle volgende voorwaarden:

jonger dan 30 jaar zijn;

hoogstens een diploma of getuigschrift van hoger secundair onderwijs bezitten;

domicilie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben;

minimum 78 dagen bij Actiris als niet-werkende werkzoekende zijn ingeschreven.

De duur van de stage eerste werkervaring bedraagt minstens drie en hoogstens zes maanden. De stage wordt uitgevoerd volgens een uurregeling die overeenstemt met een voltijds equivalent dat van toepassing is op de betrokken functie in de activiteitensector van de stagegever. De stagegever is niet verplicht om de jongere -na afloop van de stage- in dienst te nemen.

Stagevergoedingen

De stagiair heeft recht heeft op een dagelijkse stage-uitkering van 26,82 euro, betaald door Actiris. De stage-uitkering wordt maandelijks gestort.
Als aanvulling op de uitkering stort de stagegever maandelijks een vergoeding van 200 euro aan de stagiair. Die vergoeding is niet onderworpen aan RSZ-bijdragen.
Voor dagen waarop de stagiair onwettig afwezig is, heeft hij/zij geen recht op de stage-uitkering en -vergoeding.
Deze bedragen kunnen jaarlijks worden herzien.

Stageverplichtingen

De stagegever is verplicht zich te verzekeren (bv. tegen arbeidsongevallen en ongevallen op weg van en naar het werk). Hij moet ook een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering afsluiten (voor schade die de stagiair aan derden zou toebrengen tijdens de uitoefening van zijn taken). De stagiair is enkel aansprakelijk voor bedrog, zware fout en herhaaldelijke lichte fout.
De welzijnswet en haar uitvoeringsmaatregelen zijn op de relatie tussen de stagegever en de stagiair van toepassing.
Op het einde van de stage vult de stagegever een evaluatiefiche in voor Actiris en voor de stagiair. Op basis van die evaluatiefiche maakt Actiris een gepersonaliseerde balans op van de stage om een goede doorstroming van de jongere naar de arbeidsmarkt te verzekeren.

Stagesancties

Bij het ontbreken van een verzekering voor de stagiair of wanneer de stagegever de maandelijkse vergoeding niet betaalt, kan Actiris beslissen dat de stagegever, gedurende een periode van minimaal één jaar en maximaal vijf jaar, geen stagiair mag begeleiden. Actiris kan ook beslissen om alle tewerkgestelde stagiairs, op het moment van deze beslissing, onmiddellijk op de stageplaats weg te halen. De betrokken stagiairs zullen hun stage dan bij een andere stagegever kunnen verderzetten.

Nieuws

Nadat het Grondwettelijk Hof de regeling voor 'het belastingvrij bijklussen' eind 2020 vernietigde, werd een nieuw en specifieke belastingregeling ingevoerd voor de diensten (en dus niet voor de verkoop van goederen) die een particulier aan een andere particulier levert door tussenkomst van een erkend elektronisch platform. De administratie heeft in de loop van mei daar in circulaire 2021/C/44 wat toelichting bij gegeven.

Als u materiaal aanbiedt aan uw medewerkers om te kunnen werken, dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel beschouwt de fiscus het als kosten eigen aan de werkgever (en dan is het niet belastbaar voor de werknemer), ofwel als voordeel van alle aard (en dan is het uiteraard wel belastbaar). Pc’s en smartphones vallen onder die laatste categorie. Maar wat met de accessoires ervan?

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.